Nog geen jaar geleden kenden maar weinig docenten de naam Rianne Letschert, nu staat ze als kersverse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap namens D66 midden in de belangstelling. Vanuit de bestuurskamer van de Universiteit Maastricht schoof ze vrijwel rechtstreeks het formatieproces in, als informateur van het eerste kabinet onder leiding van partijgenoot Rob Jetten, en ze mocht blijven zitten toen de formatie rond was. Voor het onderwijsveld komt er hiermee een minister aan het roer die de academische wereld goed kent.
Van victimologie tot Haagse vergadertafels
Letschert, geboren in 1976, studeerde Internationaal Recht in Tilburg, Amsterdam en Montpellier en promoveerde in 2005 op minderheidsrechten. Daarna bouwde ze in Tilburg aan een stevige academische loopbaan als hoogleraar internationaal recht en victimologie en als directeur van onderzoeksinstituut INTERVICT. In 2016 werd zij op 39 jarige leeftijd rector magnificus van de Universiteit Maastricht, de jongste vrouwelijke rector in Nederland tot dan toe. Later schoof ze door naar het voorzitterschap van het College van Bestuur. In 2019 riep de SER haar uit tot Topvrouw van het jaar, geen toevalstreffer als je haar staat van dienst bekijkt.
In Maastricht kreeg Letschert vrijwel alle actuele onderwijsthema's al eens op haar bord. Ze kreeg te maken met felle campusprotesten rond Israël en Palestina, zorgen over de veiligheid van Joodse studenten en de wens om academische vrijheid ruim te interpreteren. Onder haar verantwoordelijkheid werden lezingen afgebroken of afgelast, soms omdat de veiligheid niet meer te garanderen was, soms omdat de politieke lading als te groot werd beoordeeld. Daarbij profileerde ze zich als iemand die activisme serieus neemt, maar zich niet zomaar laat gijzelen. En iemand die de 'klaagcultuur' graag relativeert. Wie structureel zeurt, heeft bij haar geen makkelijke gesprekspartner.
Crisiservaring en politieke leerschool
Bekend werd ook haar optreden tijdens de grote cyberaanval op de Universiteit Maastricht, waarbij de instelling losgeld in bitcoins betaalde. Letschert uitte openlijk dat er fouten zijn gemaakt, maar verzette zich tegen een reflex van aftreden om het aftreden. Die benaderbare maar doortastende stijl nam ze mee naar de politiek, eerst als formateur van een brede coalitie in de Maastrichtse gemeenteraad, later als informateur in Den Haag.
Als minister wacht haar een zwaar pakket. In het onderwijsdomein lijkt de nieuwe coalitie de geplande bezuiniging van anderhalf miljard euro terug te draaien maar discussies over werkdruk, lerarentekorten, taalbeleid en internationalisering, inclusief de verengelsing aan universiteiten, blijven onverminderd scherp. Letschert heeft zich eerder uitgesproken voor ruime vrijheid van meningsuiting en voor ruimte voor instellingen om een eigen identiteit te ontwikkelen, met enige afstand tot de Haagse politiek. In de cultuursector liggen wensen voor structureel extra budget en langere subsidieperiodes, terwijl het coalitieakkoord vooral inzet op minder regeldruk en langere termijnen, zonder grote financiële impuls. Ook bij de publieke omroep lijkt de koers iets minder hard in te grijpen dan eerder was voorzien.
Nieuwe OCW top met bekende staatssecretaris
Naast Letschert krijgt het ministerie van OCW een staatssecretaris uit VVD hoek, Judith Tielen, nu nog staatssecretaris bij Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Voor de cultuurportefeuille komt er opnieuw geen aparte staatssecretaris, wat betekent dat veel strategische keuzes bij Letschert zelf terechtkomen. Voor schoolleiders en docenten wordt het de komende maanden vooral zaak te volgen hoe zij zich opstelt in discussies over financiering, werkdruk, taalbeleid en sociale veiligheid en in hoeverre zij de autonomie van instellingen blijft verdedigen tegenover politieke sturingsdrang.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst