Terwijl scholen al lang weer draaien, discussieert de Tweede Kamer nu pas over de onderwijsbegroting voor 2026. In die begroting zit nog altijd de stevige bezuiniging van grofweg 800 miljoen euro van het vorige kabinet.
Een begroting die achter de feiten aanloopt
Door de verkiezingen schoof het debat over de OCW begroting 2026 op naar het vroege voorjaar. Intussen is op papier een bezuiniging van 793 miljoen ingeboekt op onderwijs, cultuur en wetenschap, met forse besparingen op o.a. de brede brugklas en programma school en omgeving (170 miljoen), startersbeurzen (135 miljoen), diverse subsidies (132 miljoen) en het fonds voor onderzoek en wetenschap (107 miljoen). Ook het gemeentelijk achterstandenbeleid (81 miljoen) en het eigen departement van OCW (62 miljoen) moeten inleveren. Daarbovenop komt nog een korting op de prijsbijstelling, de inflatiecorrectie, waardoor de echte schade waarschijnlijk hoger uitvalt dan de tabellen nu laten zien.
Jojo beleid
In de Kamer klonk vooral irritatie over het zigzagbeleid rond onderwijsfinanciering. Gemeenten hebben bijvoorbeeld de korting op hun achterstandsmiddelen al verwerkt, sommige gemeentes kondigden voor 2026 een versobering van hun ondersteuningsaanbod aan. Ook onderwijsinstellingen trekken aan de rem, vacatures worden niet ingevuld, projecten tijdelijk stilgezet, gewoon omdat niemand zeker weet welke middelen overeind blijven.
Nieuwe coalitie
Tegelijk staat de aankomende minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA klaar met een ander verhaal. In het akkoord 'Aan de slag' reserveren de drie partijen structureel 1,5 miljard om eerdere onderwijsbezuinigingen terug te draaien, te beginnen met 1 miljard in 2027. D66 Kamerlid Ilana Rooderkerk spreekt van een breuk met afbraakbeleid en hamert op een langjarige aanpak, met meer geld voor leraren, minder regeldruk, betere ondersteuning van studenten en investeringen in de kenniseconomie. Maar, zo benadrukt zij, het is niet de bedoeling om simpelweg alles van het vorige PVV kabinet een op een terug te draaien. Daarmee blijft 2026 voorlopig een kwetsbaar overgangsjaar.
Diverse amendementen moeten het ergste voor 2026 verzachten. Bewindspersonen raden deze amendementen echter af, volgens hen is de financiële dekking niet solide. Tegelijk schuiven andere dossiers het debat binnen. Kamerleden dringen onder andere aan op een stevigere aanpak van de verouderde onderwijshuisvesting en SGP en D66 proberen via een amendement de toekomst van het Onderwijsmuseum veilig te stellen. De formele ontknoping volgt pas bij de stemmingen in maart, maar voor veel scholen en gemeenten voelt 2026 nu al als een jaar waarin ze met één oog op de klas en één oog op Den Haag moeten werken.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst