Lesmateriaal voor speciaal onderwijs is problematisch

Leerlingen met (vaak) complexe ondersteuningsvragen werken dagelijks met leermiddelen die niet voor hen zijn bedoeld en vaak ook niet voor hun tempo of belevingswereld. Het gevolg is minder leerwinst, meer frustratie en uiteindelijk jongeren die minder zelfstandig de samenleving in gaan.

Niet de juiste boeken

In veel scholen voor gespecialiseerd onderwijs liggen nog altijd reguliere lesmethodes op tafel. Docenten melden bijvoorbeeld dat zestienjarige leerlingen taal en rekenboeken voor zich krijgen waar op de voorkant groep 3 staat. Dat gaat niet alleen over een onhandige omslag, het tast het zelfbeeld van leerlingen aan en kan de sfeer in de klas laten kantelen. Leraren spreken over situaties waarin frustratie zo hoog oploopt dat er letterlijk tafels door het lokaal schuiven. Didactisch gezien is het materiaal ook niet passend, de methodes gaan uit van een andere ontwikkelingssnelheid, er zijn meer tussenstappen en herhaling nodig dan in het regulier onderwijs gebruikelijk is.

Onderwijs zoekt zelf naar oplossingen

Commerciële uitgeverijen erkennen dat het aanbod voor deze groep leerlingen tekortschiet. De ruim honderdduizend kinderen in het gespecialiseerd en speciaal onderwijs worden in uitgeverstermen gezien als een niche, een kleine en tegelijk zeer diverse doelgroep, waardoor de investering als financieel risicovol wordt beoordeeld. In de praktijk betekent dit dat scholen zelf aan de slag moeten gaan. Teams van leraren besteden uren tijdens- en buiten hun werkdag, aan het maken van eigen lessen en lesmaterialen. Vanuit de sectorraad gespecialiseerd onderwijs is daarom het digitale platform GOpen opgezet, een landelijk initiatief waar in eerste instantie circa vijftig zorgvuldig ontwikkelde lessen worden gedeeld. Scholen als VSO Alphons Laudyschool in Amsterdam en Heliomare College in Alkmaar melden dat leerlingen beter leren lezen, zelfstandiger worden en merkbaar groeien in zelfvertrouwen zodra het materiaal aansluit bij hun dagelijkse leefwereld.

Financiering is onzeker

Voor een structureel aanbod is echter meer nodig dan goede wil. Het platform kan tot en met 2030 rekenen op subsidie van het ministerie van Onderwijs, maar de omvang daarvan en de dekking van de daadwerkelijke kosten zijn nog onduidelijk. Ontwikkelaars ontvangen nu slechts een beperkte vrijwilligersvergoeding en scholen dragen een groot deel van de financiering zelf. In de Tweede Kamer erkennen de coalitiepartijen het belang van passend lesmateriaal, maar ze vermijden toezeggingen over structurele bekostiging na 2030. Waar woordvoerders van D66, CDA en VVD vooral verwijzen naar een evaluatie op een later moment, spreekt GroenLinks PvdA van opnieuw een signaal dat kinderen met een beperking niet echt worden gezien. De partij kondigt Kamervragen aan en wijst op de wettelijke plicht om goed onderwijs voor alle leerlingen mogelijk te maken.

Als er geen langjarige financiële zekerheid komt, dreigt het initiatief na 2030 te stagneren. Dan vallen scholen terug op de individuele inzet van docenten die in weekenden en vakanties materiaal in elkaar zetten, met alle verschillen in kwaliteit en continuïteit van dien. Onderwijskundig gezien is hier sprake van marktfalen dat vraagt om een publieke reactie. Passend leermateriaal is geen luxe voor een kleine groep, maar een basisvoorwaarde om het recht op onderwijs ook voor deze leerlingen geloofwaardig waar te maken.

VorigeVoorkom dat je opbrandt: waarom hoogsensitieve docenten extra vatbaar zijn voor stress (en wat je daaraan kunt doen)
Reacties (0)

Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst

Laat een reactie achter