Door: Martijn van den Berg
Op dit moment zijn we op school bezig met de grootste groepsopdracht op de hele opleiding. Een hele klas (12 studenten) worden verdeeld in verschillende groepjes van twee of drie studenten. Elk groepje vertegenwoordigt een afdeling binnen een hotel, en de algemeen directeuren zijn verantwoordelijk voor het eindresultaat. De groepsopdracht bestaat uit twee delen: een deel waar iedere groep hetzelfde maakt en een deel waar iedere groep iets anders maakt wat tot een geheel gevormd wordt.

Ik ben nu op het punt waar het eerste deel ingeleverd moet worden. En nu al zie je grote verschillen in werkwijze. Ik probeer zelf altijd op tijd te beginnen, me aan de planning te houden en dan het liefst een dag van tevoren alles af en ingeleverd te hebben. Maar er zijn ook mensen die een week van tevoren beginnen of zelfs alles binnen twee dagen af proberen te hebben. Is er in dit geval een goede en een slechte werkwijze?

Ik zou intuïtief zeggen dat het verspreiden beter werkt. Op deze manier kan je van tevoren nog alles nakijken, en in de praktijk komen hier ook de beste resultaten uit. Maar we zijn in Nederland, waar de gemiddelde student tevreden is met een voldoende, dus de mensen die op het laatste moment alles doen, hebben gewoon een aantal weken zich nergens zorgen om hoeven te maken. Ze moeten alleen wel kunnen aanpoten op het laatste moment om alles in orde te krijgen.

Wat ik eigenlijk zelf het belangrijkste vind binnen een groepje, is dat alle groepsgenoten op één lijn zitten wat betreft planning. Ik zou met niet comfortabel voelen als ik in een groepje zou zitten die alles op het laatste moment afwerkte, en andersom. Als je dan het gevoel hebt dat je door de late start een echt resultaat hebt behaald, kan je tenminste jezelf een schop onder je kont geven, in plaats van dat je de hele tijd de groep vooruit geschopt hebt, en alsnog een slecht resultaat hebt.