Zonder regie geen sociale veiligheid

Stel je voor. Je zit in gesprek met een ouder of verzorger. Wat begint als een gesprek over een vervolgadvies, spijbelgedrag of een klacht, slaat om. De stem van de ouder wordt luider. Je deskundigheid wordt in twijfel getrokken. Je krijgt te horen dat je geen verstand van zaken hebt en zijn kind tekortdoet.

Dan slaat de ouder met zijn hand op tafel. Hij staat op. Komt dichterbij. Te dichtbij. Er wordt met een vinger naar je gewezen. "Je gaat wel zien." "Wacht jij maar af." Het gesprek gaat allang niet meer over de leerling. Het gaat nog maar over één ding: hoe kom ik hier weg?

Eenmaal thuis begint het gesprek opnieuw. In gedachten. Die klap op tafel. Die opmerkingen. Dat vingertje. Dat moment waarop je dichtklapte. Had ik iets anders moeten zeggen? Waarom reageerde ik niet?

Die nacht slaap je slecht. De volgende ochtend moet je gewoon weer voor de klas staan. Ondertussen blijft één gedachte terugkomen: wat als die ouder straks weer voor me staat?


Voor veel onderwijsmedewerkers is dit een herkenbare situatie. Wat begint als een klacht of een meningsverschil kan omslaan in intimidatie en grensoverschrijdend gedrag. Opmerkingen als "Je gaat wel zien", "Wacht jij maar af" of "Hier laat ik het niet bij zitten" is tegenwoordig in zowel het primair als het voortgezet onderwijs normaal.

De impact van dit soort incidenten beperkt zich bovendien zelden tot alleen de betrokken medewerker. Ook collega's worden geraakt, gesprekken in de personeelskamer gaan erover en binnen teams ontstaat onzekerheid. Er ontstaat een gevoel van onveiligheid op een plek waar je een groot deel van je week doorbrengt.

Het incident stopt niet bij de schooldeur

Voor de buitenwereld lijkt het incident voorbij zodra het gesprek is beëindigd. Voor de medewerker begint het vaak pas daarna.

Twijfel, spanning en onzekerheid kunnen nog dagen of weken blijven hangen. Sommige medewerkers worden terughoudender in gesprekken met ouders. Anderen melden zich ziek of gaan situaties vermijden die eerder geen probleem vormden.

Dat dit aandacht verdient, is allang geen geheim meer. Sociale veiligheid staat hoog op de agenda van scholen, bestuurders en politiek. Terecht. In een sector die al worstelt met personeelstekorten en hoge werkdruk kan een gebrek aan veiligheid zomaar de druppel zijn die de emmer doet overlopen.

Een incident tussen een ouder en een medewerker lijkt misschien een individuele gebeurtenis. In werkelijkheid raakt het de hele organisatie.

Herkennen, benoemen en melden

Niet iedere vorm van agressie begint met schreeuwen, dreigen of fysiek geweld. Vaak begint het subtieler. Frustratie die omslaat in intimidatie. Persoonlijke aanvallen. Druk uitoefenen. Dreigen met klachten, social media of juridische stappen.

Daarom is het herkennen van agressie niet altijd zo eenvoudig als het lijkt. Op het moment zelf probeer je het gesprek professioneel te houden, escalatie te voorkomen en tot een oplossing te komen. Pas achteraf, wanneer de adrenaline zakt en je het gesprek opnieuw afspeelt, realiseer je je soms hoe ver een grens eigenlijk is overschreden.

Veel onderwijsprofessionals willen het incident het liefst achter zich laten. Doorgaan met hun werk. Het vergeten. Collega's niet belasten.

Maar misschien wel de grootste uitdaging ontstaat wanneer grensoverschrijdend gedrag wordt gebagatelliseerd.

"Het hoort erbij."
"Ouders zijn tegenwoordig nu eenmaal mondiger."
"Laat maar zitten, anders maken we het alleen maar groter."


Juist dit soort reacties zorgen ervoor dat medewerkers gaan twijfelen aan hun eigen ervaring. Was het wel zo ernstig? Reageer ik misschien overdreven? Had ik me niet gewoon weerbaarder moeten opstellen?

Maar laten we heel duidelijk zijn: agressie hoort niet bij het onderwijs.

Wanneer grensoverschrijdend gedrag wordt weggewuifd of gebagatelliseerd, neemt de kans toe dat medewerkers het niet melden. Daarmee verdwijnt waardevolle informatie uit beeld.

Wat niet wordt gemeld, kan niet worden geanalyseerd. Wat niet wordt geanalyseerd, blijft onzichtbaar voor de organisatie.

Meldingsbereidheid is daarom geen administratieve verplichting, maar een voorwaarde om zicht te krijgen op wat er werkelijk speelt.

Van incident naar verantwoordelijkheid

Wanneer een medewerker wordt geconfronteerd met agressie, ontstaat er vaak direct onrust. Niet alleen bij de betrokken medewerker zelf, maar ook bij collega's en leidinggevenden.

In de uren na een incident worden vaak vragen gesteld als:
"Was je bang?"
"Wat heb je toen gedaan?"
"Deed het pijn?"


Hoe begrijpelijk ook, voor het herstel van de medewerker leveren deze vragen meestal weinig op.

Veel belangrijker is erkenning. Erkenning dat een grens is overschreden. Dat wat er is gebeurd niet normaal is. En dat een medewerker daar niet alleen mee hoeft te blijven lopen.

Juist in de eerste 24 uur na een incident kan passende opvang en een goed herstelgesprek een groot verschil maken. Niet door het incident weg te nemen, maar door te voorkomen dat iemand blijft rondlopen met gevoelens van schuld, twijfel of machteloosheid.

Maar opvang alleen is niet voldoende.

Er ligt ook een verantwoordelijkheid richting de agressor. Juist de eerste 48 uur na een incident zijn cruciaal. Hoe sneller iemand wordt aangesproken op zijn of haar gedrag, hoe groter de kans dat de boodschap blijft kleven.

De veiligheidsregisseur

Wanneer een medewerker wordt geconfronteerd met agressie, verschuift een situatie al snel van een individueel incident naar een organisatievraagstuk.

Maar hetzelfde geldt voor andere veiligheidsvraagstukken. Een ernstige bedreiging richting een docent. Signalen van jeugdcriminaliteit. Online intimidatie. Een vermissing. Straatcultuur die de school binnenkomt. Of een crisis die grote impact heeft op leerlingen, medewerkers en ouders.

In al deze situaties is er behoefte aan hetzelfde: overzicht, duiding en regie.

Dat zijn vraagstukken die niet thuishoren bij een docent. En eerlijk gezegd ook niet altijd bij een directeur.

Schoolleiders zijn verantwoordelijk voor onderwijs, personeel, ouders, financiën en de dagelijkse gang van zaken. Veiligheidsvraagstukken, vaak gepaard met stress, emoties en tijdsdruk, komen daar bovenop.

De veiligheidsregisseur duidt, ondersteunt en adviseert.
Een veiligheidsregisseur bewaart rust wanneer de onrust toeneemt. Iemand die thuis is in veiligheidsvraagstukken, de taal spreekt van partners als politie, gemeente, Openbaar Ministerie en zorginstanties, maar tegelijkertijd begrijpt hoe een school functioneert.

Bij agressie bewaakt de veiligheidsregisseur de opvang, nazorg en opvolging. Daarnaast helpt hij bestuurders en schoolleiders ontwikkelingen en risico's tijdig te duiden.

Zo ontstaat inzicht in waar en wanneer veiligheidsvraagstukken zich voordoen. Zijn er piekmomenten rondom oudergesprekken? Neemt agressie toe op bepaalde locaties? Komen er vaker signalen binnen over online intimidatie, groepsdruk of jeugdcriminaliteit?

Dat inzicht maakt het mogelijk gericht te sturen. Niet op basis van incidenten of onderbuikgevoelens, maar op basis van informatie.

Zonder regie geen sociale veiligheid

Misschien herken je jezelf in de situatie uit het begin van dit artikel.
Misschien heb je ooit zelf tegenover een ouder gestaan die een grens overschreed.
Misschien heb je daarna thuis op de bank gezeten en bleef het gesprek maar door je hoofd gaan.
Of misschien heb je gezien wat het met een collega deed.


Wat al deze situaties gemeen hebben, is dat ze groter worden dan de persoon die het overkomt.

Agressie raakt namelijk niet alleen een medewerker. Het raakt collega's. Teams. Schoolleiders. En uiteindelijk de veiligheidscultuur binnen een hele organisatie.

Vraag jezelf eens af hoe dit binnen jouw organisatie is georganiseerd. Want wat gebeurt er op de dag dat een collega huilend naar huis gaat na een agressie-incident?

Wie regelt de opvang?
Wie bewaakt de nazorg?
Wie spreekt de agressor aan?
Wie zorgt ervoor dat het incident niet verdwijnt in de waan van de dag?
En wie houdt het overzicht wanneer emoties, media, ouders en externe partners zich ermee gaan bemoeien?

Want als je daar geen antwoord op hebt, dan heb je eigenlijk ook geen regie.

Mijn naam is Jori Hagedoorn. Als veiligheidsregisseur binnen een grote onderwijsorganisatie houd ik mij dagelijks bezig met vraagstukken rondom agressie, sociale veiligheid, jeugdcriminaliteit, crisisbeheersing en veiligheidsregie.

Daarnaast ben ik aangesloten bij Safe Care Initiative, waarmee ik onderwijsorganisaties ondersteun bij het organiseren van regie op veiligheid.

Wil je meer weten over veiligheidsregie of eens sparren over hoe sociale veiligheid binnen jouw organisatie is ingericht? Kijk dan op www.safecareinitiative.nl

Jori HagedoornJori Hagedoorn
Veiligheidsregisseur | Safe Care Initiative
linkedin.com/in/safecareinitiative
Handtekening

VorigeSchooldirecteur in Nepal redt zeker 900 leerlingen bij verwoestende modderstroom
Reacties (0)

Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst

Laat een reactie achter