Een woordzoeker is in de klas meestal een vulling: klaar met je werk, hier is een blad, zoek de woorden. Zonde, want zo laat je de leerzame helft liggen. Het maken van een woordzoeker is namelijk een spellingoefening. Het oplossen niet.
Het verschil zit in wat je van een kind vraagt. Bij het oplossen zoekt het een woord dat er al staat. Dat is herkennen, en herkennen kan met een half beeld van het woord: wie "meisje" in het raster ziet, hoeft niet te weten of er ei of ij in hoort, want het staat er al. Bij het maken moet het kind elke letter zelf in een hokje zetten, in de juiste volgorde. Daar valt niets te herkennen, daar moet het woord uit het hoofd komen. Spelling is een productievaardigheid, en dit is een van de weinige werkvormen waarin een leerling die vaardigheid gebruikt zonder dat het een dictee heet.
Zo doe je het, in tien minuten
1. Ieder kind pakt de spellingwoorden van die week, ongeveer tien.
2. Het maakt daar zelf een woordzoeker van en print die uit.
3. Ruilen met een klasgenoot en oplossen.
4. Nakijken met het antwoordblad.
Je hebt dan twee oefenmomenten voor de prijs van één werkvorm: het maken bij het eigen kind, het oplossen bij de buur.
Groep 3 en 4
Houd het klein. Zes tot acht korte woorden, alleen horizontaal en verticaal, en een raster van acht bij acht. Gebruik de woorden van de klank waar je die week aan werkt. Laat het oplossen desnoods samen doen, want bij deze groep zit de hele oefening al in het maken.
Groep 7 en 8
Zet werkwoordspelling erin. Laat ze vormen verstoppen die op elkaar lijken: verhuisde, verhuisd, verhuist. Omdat ze de vorm letter voor letter moeten plaatsen, kunnen ze niet om die keuze heen. Diagonaal en achterstevoren mag hier gewoon.
Wat er misgaat als je het te groot maakt
Bij vijfentwintig woorden in een raster van twintig bij twintig gaat de tijd op aan hokjes vullen in plaats van aan spellen. Het kind begint te haasten en controleert de woorden niet meer, en dan valt precies het nut weg. Praktisch punt daarbij: hoe meer opvulletters, hoe groter de kans dat er per ongeluk andere woorden ontstaan, en dat levert bij het nakijken discussie op. Klein en netjes werkt beter dan groot en indrukwekkend.
Wie het wil proberen zonder zelf hokjes te tekenen: op maakjepuzzel.nl/woordzoeker-maken/ voer je een eigen woordenlijst in en print je de woordzoeker met antwoordblad uit. Gratis en zonder account.
Er zijn bij dit lesidee nog geen reacties geplaatst