De Inspectie van het Onderwijs trekt een stevige conclusie over het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Volgens de toezichthouder is er sprake van wanbeheer bij Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO), het bestuur van de school. Daardoor krijgen leerlingen al geruime tijd onderwijs dat onder de maat blijft. De inspectie stelt dat het bestuur sinds 2022 onvoldoende heeft gedaan om de kwaliteit op orde te brengen, terwijl daar toen al duidelijke aanleiding voor was.
Hardnekkige bestuurlijke tekortkomingen
In het onderzoeksrapport stapelt de kritiek zich op. Zo ontbreekt volgens de inspectie een deugdelijk systeem om de onderwijskwaliteit te volgen en bij te sturen. Ook zou het bestuur wettelijke voorschriften rond intern toezicht, medezeggenschap en professionele organisatie niet goed naleven. Een professioneel statuut voor leraren ontbreekt en verantwoordelijkheden binnen de organisatie zijn diffuus. Daarnaast had het bestuur volgens de inspectie te weinig zicht op signalen uit de school, waaronder zorgen over sociale veiligheid onder medewerkers. De toezichthouder spreekt daarom van een situatie waarin zwakke onderwijskwaliteit onnodig is blijven voortbestaan.
Zwakke mavoresultaten
Vooral de resultaten op de mavo springen eruit, en niet op een goede manier. In de afgelopen drie schooljaren slaagde ongeveer 35 procent van de mavoleerlingen voor het eindexamen, tegenover ruim 91 procent landelijk. Dat verschil is fors, zelfs pijnlijk groot. De inspectie heeft het bestuur opnieuw herstelopdrachten gegeven. De bestuursstructuur moet worden aangepast, de kwaliteitszorg moet eindelijk gaan werken en er moeten meer lessen worden verzorgd door bevoegde docenten. SIO krijgt een jaar om de tekortkomingen te herstellen.
Vanwege de ernst van de situatie is de school geplaatst in de meest urgente toezichtsfase. Dat betekent dat vervolgstappen niet langer in hoofdzaak bij de inspectie liggen, maar bij het ministerie. Staatssecretaris Judith Tielen heeft de Tweede Kamer laten weten de zorgen van de inspectie te delen en zich te beraden op maatregelen, waarbij het belang van de leerlingen vooropstaat. SIO zegt de herstelopdrachten serieus te nemen, maar verwerpt het oordeel dat sprake is van wanbeheer. Volgens het bestuur is die conclusie juridisch onvoldoende onderbouwd, juridische stappen worden daarom niet uitgesloten.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst