Actie tegen te vroege selectie van kinderen voor vo

Vergeleken met andere OESO-landen worden Nederlandse leerlingen ontzettend vroeg geselecteerd voor het voortgezet onderwijs. De zorg over de gevolgen hiervan voor kinderen die opgroeien in minder kansrijke omstandigheden, wordt breed gedeeld zo blijkt onder andere uit rapporten van de Onderwijsraad en de SER. Met de lancering van ‘Laterselecteren.nu’ zet een groep samenwerkende onderwijsorganisaties, wetenschappers, docenten, schoolbesturen en ouders dit onderwerp op de kaart. Het initiatief is de start van een beweging die moet leiden tot verbetering van het systeem.

Nederland selecteert extreem vroeg

‘VWO-er’, ‘VMBO-er’ of ‘Havist’; er zijn maar weinig landen binnen de OESO waar kinderen al op elf- of twaalfjarige leeftijd te horen krijgen dat zij meer geschikt zijn om een ‘hoger-’ dan wel ‘lager opgeleide’ te worden. De terechte pogingen om deze termen te vervangen door ‘praktisch-’ en ‘theoretisch’ geschoold, wissen de kansenongelijkheid die ons Nederlandse schoolsysteem in de hand werkt, helaas niet uit. Om kinderen in het onderwijs een eerlijkere start te geven herhaalde de Onderwijsraad in 2024 haar oproep uit 2021 om kinderen later te selecteren: ‘Door landelijk het moment van selectie uit te stellen, worden de ontwikkelkansen voor alle leerlingen vergroot.’ Omgekeerd stelt de Raad dat in de huidige situatie de overheid ‘niet voldoet aan de opdracht om toegang tot goed onderwijs voor alle leerlingen te waarborgen.’

‘Monitoren’ en ‘verkennen’ is niet genoeg

De zorg over dit onderwerp wordt breed gedeeld door de Tweede Kamer, zo blijkt uit een analyse van zo’n vijfentwintig ingediende moties rondom het thema kansenongelijkheid in het onderwijs. Maar wat opvalt is dat de meeste moties die worden aangenomen weinig concreet zijn. Ze roepen op tot ‘monitoren’ (van de effecten van de bestrijding van kansenongelijkheid) of tot ‘verkennen’ (hoe ongelijke kansen zich opstapelen en welke effecten dit heeft op loopbaan en leven lang ontwikkelen). Moties die oproepen tot actie, zoals bijvoorbeeld die van de SP, Groen Links en PvdA om uitwerking te geven aan het SER-pleidooi om in het onderwijs ‘later selecteren’ de norm te maken en ‘vroeger selecteren’ de uitzondering, worden juist vaak verworpen.

Met andere woorden: de Kamer erkent kansenongelijkheid binnen het onderwijs en is bereid kansenongelijkheid te bespreken. Zolang het maar niet leidt tot al te ingrijpende veranderingen. De Kamer kiest daarmee, ondanks de grote hoeveelheid kennis over dit onderwerp, al jarenlang expliciet niet voor het uitwerken van scenario's die deze vroege selectie en de daarmee samenhangende kansenongelijkheid kunnen tegengaan.

Lancering donderdag 28 mei

Op donderdag 28 mei wordt de website Laterselecteren.nu gelanceerd. Hiermee probeert een groep samenwerkende leraren, ouders, onderwijsorganisaties en schoolbesturen het belang van een latere schoolselectie een stapje hoger op de politieke agenda te krijgen. De site biedt naast kennis en informatie ook een historisch overzicht van hoe er sinds de Tweede Wereldoorlog is gedebatteerd over kansengelijkheid en toont een overzicht van aangenomen en verworpen moties van de afgelopen tien jaar. Bezoekers worden uitgenodigd zich aan te sluiten bij de beweging en zich samen uit te spreken tegen de ongelijke onderwijskansen waar een te grote groep kinderen mee wordt geconfronteerd. Inmiddels hebben al 28 organisaties zich achter het initiatief geschaard.

Op 3 juni debatteert de Kamer over kansenongelijkheid in het onderwijs. We roepen de Kamer op niet nog meer moties in te dienen maar om de staatssecretaris op te dragen concrete scenario's uit te werken van manieren om het vroege selecteren in Nederland te stoppen.

VorigeInvoering inclusief onderwijs roept stevige twijfel op bij docenten
Reacties (0)

Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst

Laat een reactie achter