Verschillende media melden dat de huurprijzen van studentenkamers het afgelopen jaar opvallend rustig zijn gebleven, terwijl eerdere jaren werden gekenmerkt door forse sprongen omhoog. Landelijk is er nog steeds sprake van een stijging, maar het tempo lijkt af te nemen en in een paar grote studentensteden vlakt de beweging zelfs volledig af. Verhuurplatform Kamernet, dat een groot deel van de particuliere kamermarkt in beeld heeft, suggereert daarom voorzichtig dat de prijzen een soort plafond kunnen naderen, al blijft dat vooralsnog een voorzichtige veronderstelling.
Voorzichtig beeld van landelijke stabilisatie
Volgens de beschikbare gegevens analyseerde Kamernet het afgelopen jaar kamers en appartementen in achttien studentensteden die via het platform zijn aangeboden. In de laatste drie maanden van 2025 stonden 5090 woonruimtes online, met een gemiddelde huur van 691 euro per maand. Ter vergelijking, eind 2024 waren er 5267 ruimtes beschikbaar voor gemiddeld 680 euro. Daarmee komt de jaarstijging uit rond 1,6 à 1,7 procent, grofweg een tientje per maand extra. Voor wie gewend is aan jaarlijkse huursprongen van vele procenten voelt dat bijna als pas op de plaats, al blijft het absolute bedrag voor veel studenten nog steeds erg fors.
Grote verschillen
Achter dat rustige landelijke gemiddelde gaan stevige regionale contrasten schuil. Amsterdam blijft met afstand de duurste studentenstad, een doorsnee kamer kost daar rond de 950 euro per maand. Utrecht volgt als tweede met ongeveer 800 euro, terwijl studenten in Rotterdam, Den Haag en Haarlem gemiddeld rond de 750 euro per maand betalen. Aan de onderkant van het spectrum bevinden zich Enschede en Ede, waar studenten rond de 400 à 445 euro per maand kwijt zijn. Voor aankomende studenten en hun ouders speelt dat prijsverschil merkbaar mee in de afweging.
Lokale uitschieters
Opvallend is dat Amsterdam en Haarlem het afgelopen jaar vrijwel geen verdere huurstijging laten zien. Volgens Kamernet kan dit duiden op een afvlakking van eerdere prijsopdrijving en misschien op een beginnend prijsplafond. Tegelijkertijd zijn er steden waar de druk juist toeneemt. In Leeuwarden stegen de kamerhuren met 19,1 procent naar ongeveer 500 euro per maand, de grootste sprong in het land. Ook Leiden, Maastricht, Zwolle en Groningen laten dubbelecijferige stijgingen zien, variërend van circa 13 tot 17 procent. Het etiket landelijk plafond is daarmee in elk geval nog te ambitieus.
Woningtekort
Of de huidige afvlakking in enkele steden standhoudt, hangt volgens het verhuurplatform sterk samen met de structurele woningnood en met nieuw beleid rond huur en vastgoed. Wanneer nieuwbouwprojecten vertragen of verhuurders besluiten kamers te verkopen in plaats van te blijven verhuren, kan het aanbod verder teruglopen en daarmee de prijsdruk opnieuw aanjagen. Hoge woonlasten beïnvloeden de toegankelijkheid van mbo, hbo en wo in populaire steden en sturen onbedoeld studiekeuze en reistijden. Kamernet pleit daarom voor uitbreiding van het aantal studenteneenheden in alle studentensteden. Voor onderwijsinstellingen, gemeenten, corporaties en particuliere verhuurders ligt hier een gezamenlijke opgave, willen zij toewerken naar een duurzame vorm van prijsstabilisatie én voldoende huisvesting voor hun studentenpopulatie.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst