Wie dit studiejaar naar de instroomcijfers van het hoger onderwijs kijkt, ziet een dubbele beweging. Aan de ene kant krimpen universiteiten en veel hbo richtingen (weer), terwijl aan de andere kant juist de pabo stevig doorgroeit, wat zeer wenselijk is in tijden van aanhoudende zorgen over lerarentekorten.
Opnieuw minder studenten universiteiten
Bij de universiteiten is het aantal studenten met ruim 3 procent gedaald ten opzichte van vorige jaar. Zowel Nederlandse als internationale studenten blijven vaker weg. Uit Nederland meldt zich ongeveer 3,3 procent minder eerstejaars, terwijl de instroom van buitenlandse studenten in totaal met 3,6 procent daalt, vooral uit andere Europese landen.
Volgens universiteitenkoepel UNL hangt dat samen met meerdere factoren. Er deden in 2025 minder vwo leerlingen eindexamen, er slaagde ook een kleiner deel en een merkbaar grotere groep geslaagden kiest nu voor een tussenjaar. Daar komt bij dat universiteiten nauwelijks nog actief in het buitenland werven en internationale studenten expliciet waarschuwen voor de kamernood in Nederlandse steden. Die combinatie remt de instroom merkbaar af. Het ministerie van Onderwijs rekent erop dat het totale aantal studenten in de komende tien jaar nog eens met bijna 10 procent kan teruglopen.
HBO krimpt licht
In het hbo is het beeld iets gematigder, de totale instroom daalt met ongeveer 0,6 procent, maar achter dat gemiddelde gaan forse verschillen per sector schuil. Vooral de bètatechnische opleidingen krijgen minder aanmeldingen. In de ICT richtingen beginnen dit jaar bijvoorbeeld 438 minder nieuwe studenten, terwijl de arbeidsmarkt nog steeds hard om goed opgeleide ICT'ers vraagt.
Voorzitter Maurice Limmen van de Vereniging Hogescholen wijst erop dat vergroting van de instroom niet genoeg zal zijn, er is volgens hem ook een serieuze impuls nodig voor om en bijscholing van mensen uit andere sectoren.
Pabo blijft groeien
Tegen deze achtergrond valt de ontwikkeling bij de pabo op. Voor het tweede jaar op rij is er een forse plus, meer dan 6200 studenten zijn dit studiejaar gestart met de opleiding leraar basisonderwijs, een stijging van 7,6 procent. Die groei komt doordat de afgelopen jaren veel is geïnvesteerd in het aantrekkelijker maken van het werk in het basisonderwijs. Uit het internationale TALIS onderzoek blijkt dat Nederlandse leraren in het basisonderwijs buitengewoon positief oordelen over hun beroep, school en salaris, ongeveer 95 procent geeft aan met plezier naar het werk te gaan.
Daarnaast is de begeleiding van startende leraren aantoonbaar verbeterd. In internationale vergelijkingen wordt de Nederlandse aanpak inmiddels zelfs genoemd als voorbeeld voor andere landen.
Lerarentekort
Voor scholen zijn de hogere instroomcijfers een welkome opsteker in de strijd tegen het groeiende personeelstekort. Tegelijkertijd waarschuwen zowel hogescholen als beleidsmakers dat deze groei, hoe bemoedigend ook, de verwachte tekorten bij lange na niet volledig zal opvangen. Daar komt nog bij dat de tweedegraads lerarenopleidingen, voor voortgezet onderwijs en mbo, juist een duidelijke daling laten zien, waardoor het risico ontstaat dat er een steeds schevere verdeling van leraren over sectoren ontstaat.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst