Minderjarigen aangehouden voor valse bommeldingen scholen

Meerdere scholen in het Noorden van het land kregen deze week telefonische bommeldingen die achteraf vals bleken te zijn, maar op het moment zelf heel reëel werden ervaren. Inmiddels zijn twee minderjarigen aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij deze meldingen.

Wat er gebeurde in Groningen en Drenthe

Volgens politie en regionale media kwamen op maandag 5 januari meldingen binnen bij ten minste zes scholen in onder meer Hoogezand, Veendam, Zuidbroek, Wildervank en Emmen. De dreigingen werden telefonisch gedaan, zonder concrete details, maar leken voldoende serieus om direct de standaardprocedures te starten. Gebouwen zijn ontruimd, terreinen afgezet en in sommige gevallen werd een explosievenverkenner ingezet.

Hoewel er uiteindelijk nergens explosieven zijn aangetroffen, was de impact op het schoolleven aanzienlijk. Leerlingen stonden in de kou op parkeerplaatsen, lessen en toetsen vielen weg en ouders probeerden via appgroepen en berichtendiensten te achterhalen wat er precies aan de hand was. Veel schoolleiders zullen het herkennen, juist in die eerste twintig minuten moet er razendsnel beslist worden, vaak met onvolledige informatie.

Aanhouding van minderjarigen en juridische kaders

Enkele dagen later maakte de politie bekend dat twee minderjarigen zijn aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de telefonische bommeldingen. Hun leeftijden zijn niet exact genoemd, wel is duidelijk dat het om jongeren gaat die zelf ook nog op school zitten. Ze zijn opgespoord via gericht onderzoek naar de herkomst van de telefoontjes en digitale sporen, een reminder dat anonimiteit in zulke zaken meestal schijn is.

Het doen van een valse bommelding is een strafbaar feit met potentieel forse consequenties, denk aan een strafblad, jeugddetentie of een stevige schadeclaim voor de gemaakte kosten.

Gevolgen voor het onderwijs

Voor schoolteams in de betrokken regio betekende het incident acute lesuitval, verschoven toetsen, veel telefoontjes van bezorgde ouders en vooral spanning bij leerlingen en personeel.

In veel scholen functioneerden de ontruimings- en crisisprotocollen zoals bedoeld, toch blijkt na dit soort gebeurtenissen bijna altijd dat er verbeterpunten zijn. Denk daarbij aan interne communicatie, opvangplekken of afstemming met gemeente en politie. Voor onderwijsprofessionals kan dit incident een aanleiding zijn om het thema online dreiging en consequenties van zogenaamd grappige acties in mentorlessen of burgerschapsonderwijs te verwerken.

VorigeGratis lespakket Minder hondenbeten voor basisonderwijs
VolgendeZelf apps leren bouwen met AI
Reacties (0)

Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst

Laat een reactie achter