Filmpjes waarin jongeren mishandeld of vernederd worden door leeftijdsgenoten: op maar liefst 62 procent van de middelbare scholen circuleren dit soort video’s. Dit blijkt uit een representatieve enquête van het journalistieke platform Pointer (KRO-NCRV) in samenwerking met DUO-Onderwijs. De video’s hebben een grote impact: ze zorgen voor spanning en onrust op scholen en vergroten angst onder leerlingen.
Jongeren delen de filmpjes, geweldsvideo’s genoemd, veelvuldig via met name Snapchat en TikTok. “Het is een extra middel voor jongeren om te laten zien dat jij niet met je laat sollen,” zegt jeugdofficier Carlo Dronkers van het Openbaar Ministerie.
De beelden worden door het delen in korte tijd door veel mensen gezien. Het maakt het voor slachtoffers nog moeilijker de gebeurtenis achter zich laten: bij 34 procent van de scholen meldden slachtoffers zich langdurig ziek, bij 22 procent wisselden ze van school.
252 schoolleiders van middelbare scholen vulden de enquête in. Zij werden gevraagd naar hun ervaring met geweldsvideo’s in de afgelopen twee jaar. 6 procent van de scholen kreeg zelfs meer dan tien keer te maken met zo’n filmpje. Een zeer grote meerderheid van de scholen rapporteert dat het delen van geweldsvideo’s leidt tot spanning en onrust in de school (87 procent), en dat het gevoel van onveiligheid onder leerlingen toeneemt (79 procent).
Aanhoudende nachtmerries
Pointer sprak meerdere slachtoffers van geweldsvideo’s. Zij beschrijven hoe onder andere aanhoudende nachtmerries en de angst om over straat te gaan hun leven soms zelfs jaren later nog beïnvloedt. Ook analyseerde Pointer de afgelopen maanden honderden video’s van mishandelingen in binnen- en buitenland. Deze video’s werden voornamelijk via Telegram verspreid.
Enkele maanden geleden kregen geweldsvideo’s grotere landelijke bekendheid toen een conflict tussen rivaliserende jongerenbendes in Beverwijk en Haarlem leidde tot het delen van zeer gewelddadige beelden. De maatschappelijke onrust was zo groot dat enkele middelbare scholen in die regio tijdelijk hun deuren sloten.
Naar aanleiding hiervan onderzocht Pointer hoe vaak dergelijke video’s voorkomen. Omdat geen enkele instantie deze incidenten registreert, ging Pointer een samenwerking aan met DUO-Onderwijs. Dit is de eerste keer dat er cijfers over dit fenomeen verzameld zijn.
Structurele aandacht
Hoewel 62 procent van de ondervraagde schoolleiders met geweldsvideo’s te maken had, zijn daders en slachtoffers niet altijd leerling van de scholen; soms is bijvoorbeeld alleen het slachtoffer leerling, en volgt de dader ergens anders onderwijs.
Freya Sixma, woordvoerder van de VO-Raad, reageert op de resultaten van de enquête: “Elk incident is er een teveel, maar helaas zijn deze resultaten voor ons herkenbaar.” Sixma hoopt dat de politiek structureel aandacht gaat geven aan de sociale veiligheid online en offline, en niet alleen na incidenten. “We roepen de politiek op om nog meer in te zetten op een preventieve aanpak. Dit moet collectief worden opgepakt, jeugdwerkorganisaties kunnen in samenwerking met scholen een belangrijke rol spelen.”
Pointer over geweldvideo’s onder jongeren is donderdag 22 januari om 16.00 uur te zien op YouTube en om 21.15 uur bij KRO-NCRV op NPO 2.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst