Een flinke duw in de rug voor het onderwijs, zo wordt kunstmatige intelligentie vaak neergezet, maar de OESO plaatst in een nieuw rapport een stevige kanttekening. De organisatie ziet hoe scholen en opleidingen wereldwijd gretig gebruikmaken van AI en waarschuwt dat diezelfde technologie leerlingen ongemerkt kan veranderen in passieve gebruikers en leraren in vooral toezichthouders. Handig is het allemaal zeker, maar juist dát gemak blijkt volgens de denktank een risico voor echt leren.
Van veelbelovend hulpmiddel naar afhankelijkheid
In het rapport beschrijft de OESO hoe generatieve AI in korte tijd is binnengedrongen in alle lagen van het onderwijs. Studenten laten een chatbot een eerste versie van een werkstuk maken, scholieren vragen stap voor stap uitleg bij wiskundeopgaven en docenten laten lesplannen schrijven door een AI. Het kan de productiviteit verhogen en zelfs creativiteit stimuleren, zo erkent de organisatie, maar alleen zolang AI wordt ingezet als hulpmiddel in een doordachte didactische aanpak. Zodra de technologie vooral een snelle omweg wordt om taken af te vinken, lijkt het leerrendement juist af te nemen.
Leerlingen als consumenten, leraren als toezichthouders
De OESO wijst op onderzoek waaruit blijkt dat studenten met toegang tot algemene AI tools op korte termijn beter lijken te presteren, maar in toets situaties zonder die hulpmiddelen achterblijven. Het uitbesteden van denkwerk leidt tot wat de onderzoekers metacognitieve luiheid noemen. Tegelijkertijd groeit bij leraren de onrust over academische integriteit, een groot deel van hen verwacht dat AI het makkelijker maakt om werk als eigen prestatie te presenteren. Als docenten vooral werk van leerlingen op echtheid moeten controleren, dreigt hun rol te verschuiven van pedagogisch professional naar surveillant.
AI die wél bijdraagt aan leren
Volgens de OESO zit de crux in het verschil tussen generieke chatbots voor iedereen en AI toepassingen die expliciet voor onderwijsdoelen zijn ontworpen. Systemen die samen met leraren zijn ontwikkeld, kunnen fungeren als digitale tutor, kritische gesprekspartner of assistent die feedback geeft en vragen stelt in plaats van kant en klare antwoorden uit te spugen. In zulke opstellingen blijkt AI juist vaardigheden als kritisch denken, creativiteit en samenwerken te kunnen versterken, mits de inzet is ingebed in doordachte leeractiviteiten.
De denktank roept beleidsmakers dan ook op om niet simpelweg gratis beschikbare chatbots in de klas te introduceren, maar te investeren in educatieve AI die samen met leraren, leerlingen en andere eindgebruikers wordt vormgegeven. Zo blijft de docent regisseur van het leerproces en wordt technologie ondersteunend in plaats van bepalend. Voor Nederlandse scholen betekent dit, zo ligt voor de hand, dat een losse tool strategie niet volstaat, er is behoefte aan een schoolbrede visie op AI, duidelijke afspraken over gebruik bij opdrachten en toetsen en gerichte professionalisering zodat teams weten wanneer AI daadwerkelijk bijdraagt aan leren en wanneer het vooral verleidt tot makkelijk scoren.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst