Niet genoeg aandacht voor digitalisering op scholen

Digitalisering is in het primair onderwijs al lang geen spannend toekomstbeeld meer, maar dagelijkse praktijk. In veel lokalen draait het lesprogramma inmiddels grotendeels via het digibord, op digitale leermiddelen, leerlingvolgsystemen en online toetsplatforms. En met de recente opkomst van AI in het onderwijs, wordt het alleen maar meer. Uit de meest recente Monitor digitalisering onderwijs van de PO Raad blijkt echter dat de randvoorwaarden, vooral op het gebied van informatiebeveiliging en privacy, stevig achterblijven. Scholen werken wel met digitale middelen, maar doen dat vaak zonder een stevige veiligheidsriem, zo zou je het bijna kunnen noemen.

Digitalisering vanzelfsprekend in de klas, minder in het beleid

Volgens de monitor maken steeds meer scholen intensief gebruik van digitale leermiddelen, adaptieve software en data over voortgang en resultaten van leerlingen. De afhankelijkheid van ICT groeit dus gestaag, terwijl de verankering van digitalisering in meerjarenbeleid, schoolplan en kwaliteitszorg nogal fragmentarisch blijft. Op papier staat er geregeld iets over ICT, in praktijk ontbreekt vaak een samenhangende visie waarin onderwijsdoelen, digitale middelen en randvoorwaarden echt met elkaar verbonden zijn. Dat schuurt, zeker nu bijna elk onderdeel van het onderwijsproces data genereert.

IBP blijft kwetsbaar punt

Op het gebied van informatiebeveiliging en privacy, kortweg IBP, is het beeld ronduit zorgelijk. Veel besturen beschikken nog niet over een actueel en integraal IBP beleidsplan dat verder gaat dan losse protocollen of een oud document op de server. Procedures voor datalekken, incidenten of het uitwisselen van gegevens met externe partijen zijn vaak onvoldoende uitgewerkt of niet bij iedereen bekend. Daarbij komt dat rollen en verantwoordelijkheden rond IBP binnen scholen nogal diffuus kunnen zijn, de ene directeur verwacht dat de intern begeleider het oppakt, terwijl die zich daar weer helemaal niet voor toegerust voelt.

Gebrek aan tijd, kennis en ondersteuning

De monitor laat ook zien dat schoolleiders, ICT-coördinatoren en intern begeleiders regelmatig aangeven dat zij kennis missen om digitale risico’s goed te kunnen inschatten. Zelfs waar de wil er is, ontbreekt het aan tijd om beleid om te zetten in concrete afspraken in de klas, in de administratie en richting leveranciers. Daardoor ontstaat een wankel evenwicht. Scholen leunen op commerciële partijen zonder altijd precies te overzien wat er met leerlinggegevens gebeurt en wie er allemaal meekijkt. Dat is niet alleen een juridisch risico, maar raakt direct aan vertrouwen van ouders en aan de continuïteit van het onderwijs bij storingen of incidenten.

Wat is er nodig?

De kernboodschap van de monitor is helder, digitalisering vraagt om volwassen governance. IBP is niet een technisch bijlageonderwerp, maar een volwaardig kwaliteits- en veiligheidsvraagstuk. Besturen en scholen zullen digitalisering structureel in hun strategisch beleid, kwaliteitszorg en professionalisering moeten opnemen, met duidelijke eigenaarschap op alle niveaus. Dat betekent investeren in gerichte scholing, gebruikmaken van praktische handreikingen en formats die in de sector al beschikbaar zijn, en vooral, binnen en tussen besturen samen leren van incidenten en goede voorbeelden. De oproep van de PO Raad is dan ook om de uitkomsten van de monitor niet te laten verstoffen, maar te benutten als startpunt voor een doorlopende verbetercyclus, planmatig werken, monitoren en bijstellen. Alleen dan wordt digitalisering niet een kwetsbare noodzaak, maar een doordacht en veilig onderdeel van goed onderwijs.

VorigeTweedehands kinderfietsen: waar moet je op letten?
VolgendeSuccesvol een innovatief project uitvoeren op school
Reacties (0)

Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst

Laat een reactie achter