Vrijwel alle schoolleiders hebben samen met hun team overlegd over de inzet van de werkdrukgelden uit het werkdrukakkoord. Er komen vooral onderwijsassistenten en extra leerkrachten in de scholen. Op 10 procent van de scholen heeft de schoolleider geen volledige handelingsvrijheid gekregen van het bestuur om te bepalen hoe de werkdrukgelden worden ingezet, terwijl dat wel de afspraak is in het werkdrukakkoord. De AVS vindt dit een zorgelijk hoog aantal.

Zo’n 650 schoolleiders hebben begin deze week de peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders ingevuld hoe ver ze zijn met de inzet van de werkdrukgelden uit het werkdrukakkoord. Op twee derde van de scholen is inmiddels duidelijk hoe ze worden ingezet. Vooral voor onderwijsassistenten en extra (vak)leerkrachten, maar ook voor extra uren leerlingenzorg, conciërges en administratief medewerkers. Daarnaast kiezen scholen onder meer voor het aanstellen van een eventmanager, inzet bij pauzes, ict en ambulante uren voor alle leerkrachten.

Schoolleiders die er nog niet aan toe zijn gekomen om te overleggen over de extra middelen hebben dat wel al in de planning staan. AVS-voorzitter Petra van Haren: “De schoolleiders nemen hun verantwoordelijk, de meerderheid van de scholen heeft het voor de zomervakantie in orde.”

Meer dan 80 procent van de schoolleiders is tevreden met het werkdrukakkoord, zo blijkt uit de peiling. Degenen die niet tevreden zijn vinden vooral dat de middelen nog onvoldoende zijn.
De AVS-voorzitter roept schoolleiders op te melden als hun vrijheid aan banden wordt gelegd bij de uitvoering van het werkdrukakkoord bij meldpunt[AT]werkdrukpo.nl.