Werkgevers en werknemers in het onderwijs leggen zich niet neer bij de plannen van het kabinet toch op het onderwijs te bezuinigen. In een brief vragen zij de Eerste en Tweede Kamer het onderwijs hiervoor te behoeden. Juist investeringen zijn hard nodig om in tijden van een lerarentekort een aantrekkelijke sector te kunnen zijn om in te werken, schrijft de Stichting van het Onderwijs waarin zij zijn verenigd.

De Senaat nam eind december een motie aan om de bezuiniging, de zogenaamde doelmatigheidskorting, te schrappen of te verzachten. Maar minister van Financiën Wopke Hoekstra stelde eind januari dat hij hier onmogelijk gehoor aan kan geven omdat hij de begroting dan niet sluitend krijgt. De Eerste Kamer beslist vandaag wat ze hiermee gaat doen.

De Stichting van het Onderwijs vindt dit ‘buitengewoon teleurstellend’ schrijft ze in de brief. Het kabinet geeft aan te zullen proberen het primaire proces bij de bezuiniging te ontzien, maar de stichting vindt het ‘onwaarschijnlijk’ dat dat lukt. De bezuiniging, een overblijfsel van het vorige kabinet, kan voor het primair onderwijs oplopen tot structureel 61 miljoen euro.

De PO-Raad liet al eerder weten die onbegrijpelijk en onverantwoord te vinden omdat de basisbekostiging al niet op orde is. Bovendien doen de bezuinigingen een deel van de investeringen teniet.

Bron: PO-Raad