Vandaag overhandigt Jolande Sap als voorzitter van de Commissie vraagfinanciering mbo haar advies Doorleren werkt aan minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De minister heeft de commissie ingesteld om advies uit te brengen over de uitwerking van vraagfinanciering in het middelbaar beroepsonderwijs in het kader van permanent leren, inclusief het in kaart brengen van de voor- en nadelen van de mogelijke varianten. Daarnaast stelt de commissie een aantal aanvullende maatregelen voor die nodig zijn om een doorbraak te forceren in een leven lang leren.

We leven in een tijd waarin leren en jezelf blijven ontwikkelen steeds belangrijker worden. De wereld verandert snel, de arbeidsmarkt wordt flexibeler en dynamischer. De baan voor het leven bestaat niet meer. Mensen die voor één specifiek beroep zijn opgeleid en niet geleerd hebben om zelf initiatief te nemen, lopen het risico uit het arbeidsproces te vallen als hun baan door bijvoorbeeld robotisering verdwijnt. Dit kan leiden tot een tweedeling in de samenleving: degenen die kunnen meekomen en degenen die de grip dreigen te verliezen en afhaken.

De commissie pleit voor meer urgentie en ambitie in het beleid bij alle betrokkenen. De commissie doet in het rapport Doorleren werkt. Samen investeren in nieuwe zekerheid vijf aanbevelingen:

1. De individuele leerrekening
Elke Nederlander krijgt na afronding van het initiële onderwijs een individuele leerrekening, toegankelijk via DigiD. Een opleidingsbudget dat van jou persoonlijk is en waarmee je gedurende je arbeidzame leven cursussen, opleidingen of een ervaringscertificaat kan financieren. De rekening wordt gevuld door overheid, werkgevers en eigen stortingen.

2. De deltacommissaris
Deze doorbreekt de verkokering in het beleid, krijgt de regie over alle overheidsmiddelen voor een leven lang leren en wordt verantwoordelijk voor de uitvoering van een deltaprogramma ‘Doorleren werkt’ dat bij het aantreden van het nieuwe kabinet in 2017 van start zou moeten gaan.

3. Het nationaal scholingspact
Een gezamenlijke ambitie en concrete afspraken tussen overheid, werkgevers, werknemers, opleidingsinstellingen en regio’s om een doorbraak in een leven lang leren te bewerkstelligen. Het pact beslaat twee kabinetsperiodes. In elke periode wordt het overheidsbudget voor leven lang leren verhoogd met 600 miljoen euro onder voorwaarde dat werkgevers bereid zijn eenzelfde investering te doen. Doel is om daarmee de deelname aan scholing van mensen met een opleiding tot en met mbo-niveau 4 naar het niveau van hogeropgeleiden van 50 procent te krijgen.

4. Regionale ondersteuning met landelijke regie
Stimuleer dat er een regionale ondersteuningsstructuur is met kennis van de arbeidsmarkt en scholingsmogelijkheden in de regio. Deze ondersteuning staat dicht bij de mensen zelf en biedt waar nodig een persoonlijke steun in de rug.

5. Benut alle vormen van leren
De commissie pleit voor een flexibel scholingsaanbod voor volwassenen dat aansluit op de praktijkervaring en behoefte van werkenden. Opgedane kennis en ervaringen worden inzichtelijk gemaakt in een digitaal competentiepaspoort, een DigiCV.

Met dit advies roept de commissie het kabinet op om met een investeringsagenda te komen voor het versterken van een leven lang leren. Als het kabinet deze aanbevelingen ter harte neemt wordt iedereen in Nederland in staat gesteld zich blijvend te ontwikkelen en te scholen om zo een duurzame positie op de arbeidsmarkt en in de samenleving te verwerven en te behouden. Door te blijven leren kunnen mensen zichzelf staande houden op de arbeidsmarkt van nu. Zo ontstaat een nieuwe vorm van zekerheid.