De prestaties van leerlingen op bijna alle scholen die sinds 2011 werken met flexibele onderwijstijden, zijn verslechterd. Dat blijkt uit een rapport van de Inspectie van het Onderwijs dat vandaag openbaar werd gemaakt.

De onderwijsinspectie wil onderzoeken in welke mate de invoering van flexibele onderwijstijden gevolgen heeft voor de prestaties van leerlingen en de kwaliteit van het onderwijs. Flexibele scholen mogen onbeperkt een vier dagen durende week gebruiken en mogen de vaste zomervakanties loslaten.

Uit het onderzoek blijkt dat de 'flexibele scholen' minder goed presteren dan normale scholen. Toch vindt de inspectie het te vroeg om conclusies te trekken. Het onderzoek bestrijkt slechts drie jaar en het aantal deelnemende scholen is laag, in totaal doen twaalf scholen mee. Bovendien is de oorzaak van de dalende prestaties van leerlingen niet exact aan de flexibilisering toe te wijzen.

De inspectie stelde wel vast dat scholen die flexibele onderwijstijden willen introduceren, moeten voldoen aan een aantal criteria. Zo moet het experiment goed voorbereid worden en moeten medewerkers van de school goed functioneren.
Voordelen

Flexibele onderwijstijden kunnen veel voordelen bieden. Zo krijgen ouders de kans om de schooltijden van de kinderen aan te passen aan hun werktijden en is het minder druk op school, waardoor leerlingen meer persoonlijke aandacht krijgen. Ook kunnen gezinnen het hele jaar door op vakantie en hebben ze de mogelijkheid het dure hoogseizoen te vermijden.

Staatssecretaris Dekker heeft in een brief aan de Tweede Kamer benadrukt dat het rapport laat zien dat ouders en leerlingen tevreden zijn. Ouders zouden vooral blij zijn met de manier waarop ze hun leven beter op de schooltijden van hun kinderen kunnen afstemmen.

Een school zette het experiment afgelopen jaar zelf stop, omdat deelname heeft geleid tot een 'ernstige achteruitgang van de onderwijskwaliteit', aldus de inspectie. De rest van de scholen maakte het project wel af.