Er is een revolutie aan de gang die een impact zal hebben die vergelijkbaar is met de Industriële Revolutie. Na de pc-revolutie en de internet-revolutie staat nu de ‘Maker Movement’ voor de deur. Een nieuwe revolutie die gericht is op ict, innovatie, creativiteit en techniek. Hoe kan het onderwijs optimaal gebruik maken van de mogelijkheden van deze nieuwe revolutie?

In Nederland werken momenteel ongeveer 1 miljoen mensen in de industrie- en maaksector. Deze sector draagt aanzienlijk bij aan de welvaart, werkgelegenheid en productiviteitsgroei van ons land. Ondanks de kredietcrisis en de opgelopen werkloosheid is er nu, en in de komende jaren, een groeiende krapte op de markt als het gaat om technische beroepen. Want hoewel de industrie een banenkrimp laat zien, moet er ook veel ouder personeel vervangen worden. Verder merkt de vacaturewebsite Monsterboard dat met name het aanbod van kandidaten in de werktuigbouwkunde, technische bedrijfskunde, elektromechanica en systeemkunde ver achter blijft bij de vraag. Ook ziet Monsterboard krapte in civiele techniek, chemische technologie en scheepsbouwkunde.

De ontwikkelingen uit de ‘Maker Movement’ kunnen in het onderwijs gebruikt worden om bij leerlingen interesse te wekken voor deze technische beroepen. Dit kan al vroeg beginnen. Onderzoek van de Erasmus Universiteit, uitgevoerd in opdracht van de Stichting voor Industriebeleid en Communicatie (SIC) toont aan dat het van belang is om al op jonge leeftijd de interesse voor techniek te wekken bij jongeren: “Omdat verreweg de meeste ouders geen technisch beroep uitoefenen zal dit op de school moeten gebeuren.” Maar ook bij oudere leerlingen, met name in het voortgezet onderwijs, zijn er vele manieren om de interesse voor techniek bij leerlingen te wekken. Ict kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren.

Wat is de Maker Movement precies?
Deze ‘beweging’ refereert aan een nieuwe categorie producenten, die door het gebruik van open-source middelen en de nieuwste technologie het productieproces buiten de traditionele fabriekscontext plaatst en verplaatst naar het huis-tuin-en-keukendomein. In een interview met Time Magazine geeft Chris Anderson, voormalig hoofdredacteur van Wired Magazine, zijn visie op de Maker Movement: “Tot voor kort was de mogelijkheid om iets te produceren voorbehouden aan diegenen die een fabriek in bezit hadden. Maar de afgelopen vijf jaar hebben we de democratische mogelijkheden die internet met zich meebrengt naar het productieproces gebracht. Vandaag kun je met een druk op de knop iets produceren.”

De impact die deze beweging zal gaan hebben is volgens Anderson vergelijkbaar met een geheel nieuwe Industriële Revolutie. In zijn boek ‘Makers: A New Industrial Revolution’ legt hij uit hoe deze productie op kleine schaal een belangrijke toekomstige bron zal zijn voor economische groeit. Op maat gemaakt en volledig gepersonaliseerd. Niet alleen 3D printers, maar ook gemakkelijke toegang tot productiefaciliteiten op kleine schaal. Zoals iedereen nu de mogelijkheid heeft om iets te publiceren, online of offline, is het nu ook voor iedereen mogelijk om iets te ontwerpen en te produceren. Van desktop publishing naar desktop manufacturing. Die eerste mogelijkheid heeft natuurlijk gezorgd voor een enorme ontwikkeling van het internet, maar ook van het onderwijs. De mogelijkheid om zelf fysieke dingen te produceren zal een misschien nog wel veel grotere (economische) impact hebben.

Nieuwsgierigheid kweken
Maar de Maker Movement gaat veel verder dan het wekken van interesse voor technische beroepen. Het kan leerlingen inspireren te leren over kunst, engineering, voeding, duurzaamheid, muziek, wetenschap en technologie. De wens om te leren ontstaat namelijk vaak door de behoefte om te begrijpen hoe iets werkt. Kijkend naar de Taxonomie van Bloom, waarbij het creëren het meest complexe en hoogste niveau van kennisontwikkeling is, zou je ook kunnen stellen dat indien je hier begint, je de onderliggende leeractiviteiten betekenis kunt geven. Ofwel: door eerst iets te maken wat tastbaar is en een bepaalde functie heeft, kan er vervolgens worden teruggegrepen op de vraag: ‘Waarom werkt dit op deze manier?’. Een leerling kan veel leren tijdens zijn zoektocht naar het antwoord op deze vraag.

Iets maken, of iets willen maken, stimuleert de intrinsieke motivatie. Vanuit hier ontstaat weer de behoefte om relevante kennis op te doen. Nieuwsgierig worden dus. Met eenvoudige technologie uit de Maker Movement krijg daarnaast je opeens controle op dingen waar je eerst geen controle over had. Het boort een geheel nieuwe bron van creatieve mogelijkheden aan. En zoals de burgemeester van New York Michael Bloomberg stelt: ‘Learning and trying new things are key to everyone’s personal development.’

De kracht van 5.000 stoommachines past nu in je handpalm
Drones, of onbemande autonoom vliegende helikopters of vliegtuigen, zijn misschien wel het meest bijzondere gevolg van deze technologische ontwikkelingen. Vooral de doe-het-zelf varianten. Dit komt omdat er een groot aantal verschillende technologieën bij elkaar moeten komen om ervoor zorgen dat zo’n drone goed werkt. En ieder van deze afzonderlijke technologieën heeft de afgelopen jaren een enorme ontwikkeling meegemaakt. Deze ontwikkelingen zitten hem voornamelijk in de kosten, beschikbaarheid en het formaat van de benodigde onderdelen. De snelle ontwikkelingen van smartphones hebben hier een grote bijdrage aan geleverd. Maar het is nog maar het begin. Tijdens een presentatie op Zurich.Minds vertelt Raffaello D’Andrea dat we op het punt staan om een hele nieuwe generatie van technologie mee te maken met een impact vergelijkbaar met de uitvinding van de stoommachine. Hij laat voorbeelden zien van quadracopters die kunnen jongleren, balletjes kunnen gooien en vangen, dansen en kunnen bouwen.

Tegenwoordig levert een elektromotor van een paar euro die in een drone gebruikt wordt evenveel vermogen als vijfduizend stoommachines uit die tijd (naar ratio van gewicht): als je een stoommachine van begin vorige eeuw kon verkleinen naar de maat van een dergelijke elektromotor, zou je er 5.000 nodig hebben om hetzelfde vermogen te kunnen leveren. Anderson voorspelt dat drones de komende jaren veelvuldig ingezet gaan worden bij diverse commerciële activiteiten waaronder het maken van films, journalistiek, beveiliging, sport en landbouw.

De ontwikkeling van deze doe-het-zelf drones bieden naast een voor de hand liggende technologisch aanknopingspunt ook een, minder vanzelfsprekend, sociaal-maatschappelijk component. Vragen over burgerschap: bijvoorbeeld vragen over welke vaardigheden heb je nodig hebt als je middels technologie zoveel invloed hebt op productieprocessen? Maar ook ethische en sociaal-maatschappelijke thema’s krijgen nadrukkelijk gestalte. Bijvoorbeeld het geweer dat iedereen met een 3D-printer kan printen. Maar ook wat er zou gebeuren als je een wapensysteem op een drone monteert. Kortom, voldoende aanknopingspunten voor interessant onderwijs.

Op 22 november zullen we een special Education Maker Meeting organiseren voor het onderwijs. Meer informatie over deze bijeenkomst volgt binnenkort. Wil je nu al zeker zijn van een plaats tijdens deze dag? Laat het ons dan weten via een mailtje naar e.woning@kennisnet.nl.