Je kunt iPads aanschaffen, digibords ophangen, actief zijn op social media of misschien de boeken de school uit doen... Maar hoe wordt onderwijs nou béter door ICT? Dit is aflevering 2 van de serie Boeken de school uit? Marian van Linschoten, directeur van de Sabina van Egmondschool in Oud-Beijerland: “Ik vind het een verrijking voor het onderwijs.”

Met 30 chromebooks (tablets zonder intern geheugen en met een toetsenbord en muis) op 420 leerlingen in 16 klassen moest er een rooster gemaakt worden: de bovenbouw heeft de chromebooks meestal ’s morgens in gebruik, maar ook de kleuters werken er zo’n twee keer per week mee. Leraren en leerlingen reageren nog wel eens teleurgesteld als ze hoopten de chromebooks een keertje extra te kunnen gebruiken, maar ze misgrijpen. “Ze zijn erg enthousiast”, vertelt Van Linschoten.

Het één en ander uitproberen
“Collega’s raakten meer en meer geïnteresseerd in het gebruik van ICT in de lessen”, zegt Van Linschoten over de aanleiding om ICT de klas binnen te halen. “Je moet je ogen niet sluiten voor nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs, maar ook niet alles zomaar zalig verklaren. Dus we wilden wel het één en ander uitproberen en toen er vanuit onze stichting een pilot werd gestart, hebben wij ons opgegeven.”

De school kreeg de chromebooks waarmee de leerlingen in de cloud werken.

Webbased lesmethoden
De bovenbouw werkt op de chromebooks aan rekenen, en via webbased programma’s aan begrijpend lezen en Topondernemers: een methode voor de zaakvakken waarbij leerlingen zelfstandig werken aan een via leskaarten gekozen onderwerp. “Ze zoeken aan de hand van sleutelwoorden hun eigen lesstof op internet, halen informatie uit de bibliotheek, vanuit interviews etcetera. Na drie weken presenteren de kinderen hun informatie aan hun medeleerlingen.”

In de middengroepen wordt er gewerkt met Nieuwsbegrip XL: begrijpend lezen aan de hand van de actualiteit. En de kleuters bekijken filmpjes, werkbladen en puzzeltjes. “We kunnen de jongsten al werk op hun eigen niveau aanbieden en maken hen alvast vertrouwd met werken op de chromebooks. Ze moesten wel eerst muisvaardigheid leren, want die kinderen zaten allemaal met hun vingertjes over het scherm te schuiven.”

Kortom: de kinderen hebben de webbased lesmethoden in no time onder de knie. Maar nog lang niet alle methoden zijn over op internet. “Onze rekenmethode zijn we nu zelf in de cloud aan het zetten.”

Overzichtelijker, gestructureerder, sneller
Online werken heeft veel voordelen, vinden de leerkrachten van de Sabina van Egmondschool. “Het is overzichtelijker, gestructureerder en sneller. Het rekenwerk bijvoorbeeld: kinderen hebben hun werk veel sneller af dan in die schriftjes. Niet meer één voor één achter de computer, maar in één keer de rekentoets afnemen. Daarna kunnen ze direct door met hun verbredingsactiviteiten. Ik vind het een verrijking voor het onderwijs.”

Pesten en het belang van het wachtwoord
Zijn er dan geen nadelen? “Natuurlijk zijn we tegen verrassingen aangelopen. Kinderen konden bijvoorbeeld gemakkelijk elkaars wachtwoord achterhalen en vervolgens was er een geval van cyberpesten. Je moet het ook relativeren: vroeger werden er briefjes de klas doorgegeven, nu gaat dat via internet. Maar daar mag je als school natuurlijk nóóit aan voorbijgaan.” Het leidde tot aandacht in de klassen voor pesten én de kinderen leerden hoe belangrijk een wachtwoord dus is.

Internetschool
De leraren van de Sabina van Egmondschool willen méér ICT in de les. En de nieuwbouw, die volgend schooljaar af moet zijn, wordt ingericht als ‘internetschool’. “De infrastructuur wordt daar al goed aangebracht. Nee, we gaan niet direct over op allerlei nieuwe methodes, webbased versies kosten ook veel geld.” De internetschool moet dus groeien.

Maar laat één ding duidelijk zijn: “De computer vervangt niet de leerkracht, zet dat maar boven de tekst. Die leerkracht heeft de regie, die doet ertoe.”