Maandag 13 mei beginnen voor ruim 207.000 middelbare scholieren de centraal schriftelijke eindexamens. Opvallend is dat voor het eerst in jaren verhoudingsgewijs het aantal vmbo’ers dat examen doet is gegroeid. Volgens de VO-raad is dat vooral te verklaren door een verscherping van de exameneisen op havo en vwo.

Tien jaar geleden bedroeg het percentage vmbo-kandidaten nog 60,5 % en de jaren daarvoor was de verhouding ruwweg tweederde/eenderde. Maar aan de jarenlange gestage daling van het aantal vmbo’ers dat examen doet, lijkt nu een einde te komen. In 2011 werd met het 51.3 % het dieptepunt bereikt. Het jaar daarop was er sprake van stabilisatie en nu is er een groei naar 52.8 %.

Binnen het vmbo heeft echter een forse verschuiving plaatsgevonden. Zat tien jaar geleden nog 55.3 % van de kandidaten in de basis- of kader leerweg, nu is dat gezakt naar 45.8 %. Het aantal examenleerlingen in de gemengde/theoretische leerweg (mavo) is met hetzelfde percentage gegroeid.
In hoeverre er sprake is van een defintieve trendbreuk zal de komende jaren moeten blijken. In de referentieramingen van de overheid wordt er nog vanuit gegaan dat tot 2020 meer leerlingen naar havo en vwo gaan, ten koste van het vmbo.

Verscherping exameneisen
Een woordvoerster van de VO-raad (sectororganisatie voortgezet onderwijs) laat in een reactie weten ‘het beeld te herkennen dat er sprake lijkt te zijn van een kentering in de verschuiving van vmbo naar havo/vwo’. Bij de instroom van havo/vwo is er nog wel een toename van het aantal leerlingen. Maar dat effect is niet of minder zichtbaar bij de uitstroom (diplomering): het aantal leerlingen in de bovenbouw van havo en vwo lijkt zich het afgelopen jaar te stabiliseren. Zittenblijven en afstroom van vwo naar havo en van havo naar vmbo, neemt toe. De VO-raad gaat ervan uit dat dit het gevolg is van de strengere exameneisen.

Sinds het schooljaar 2011-2012 zijn de exameneisen voor havo en vwo aangescherpt. Een kandidaat moet gemiddeld een voldoende halen voor alle vakken van het centraal examen. En vanaf het schooljaar 2012-2013 geldt bovendien dat een kandidaat op havo of vwo niet meer dan één 5 mag halen voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde.

Minder kandidaten in beroepsrichting
De afname van leerlingen in het vmbo die een beroepsgerichte opleiding volgen zet zich door. Dat manifesteert zich vooral bij het aantal leerlingen dat bijvoorbeeld examen doet in de richting bouw (zoals timmeren, metselen, schilderen), techniek (zoals electro, installatie, metaal), zorg en welzijn en handel/administratie. Dat iheeft gevolgen voor de arbeidsmarkt waar voor de komende jaren behoefte is aan goed opgeleide vakmensen. Ronduit dramatisch is de teruggelopen interesse voor de examenrichting bakken. In tien jaar tijd daalde het aantal examenkandidaten van bijna vijfhonderd naar nog geen honderd.

De VO-raad zegt de terugloop van het aantal leerlingen in de beroepsgerichte vmbo-leerwegen te herkennen, met name in de basisberoepsgerichte leerweg en in iets mindere mate in de kaderberoepsgerichte leerweg. De toegenomen instroom in de ‘avo-gerichte’ opleidingen en daarmee de terugloop in de beroepsgerichte vmbo-leerwegen lijkt samen te hangen met de ‘opwaartse druk’. Die ontstaat door het imago van het vmbo, het opleidingsniveau en de mondigheid van ouders, en hogere adviezen van de basisschool, aldus de woordvoerster.