De slimme leerling dreigt een ondergeschoven kindje te worden op de basisschool. Er is veel aandacht voor de zwakke scholier, met extra lesstof en aandacht, maar het slimme kind wordt onvoldoende gestimuleerd.

Dat blijkt uit onderzoek van Simone Doolaard, programmaleider van de academische pabo van de Rijksuniversiteit Groningen. Voor haar onderzoek volgde ze een jaar lang leerlingen van negen basisscholen. Ze merkte dat docenten wel extra lesstof hadden voor slimme leerlingen, maar er niet aan toekomen om dit materiaal goed voor te bereiden, na te kijken en te bespreken met de kinderen.

'Dat heeft bijvoorbeeld te maken met tijdgebrek of soms ook wel vooroordelen van docenten. Zij vinden het belangrijk dat alle leerlingen goed mee kunnen komen, een voldoende is het belangrijkste. Een beetje de zesjescultuur zeg maar'', aldus Doolaard. Volgens de onderzoekster is er overigens absoluut geen sprake van onwil bij de basisscholen. 'Iedereen ziet de urgentie hiervan in. Maar de invulling is ingewikkeld.' Doolaard zegt dat scholen zichzelf de vraag moeten stellen wat ze slimme leerlingen willen bijbrengen en waarom. Van daaruit kan een programma opgesteld worden. 'Ga je bijvoorbeeld Spaanse of Franse lessen geven, of sterrenkunde. En maak je een docent vrij om daar les in te geven?'

Het ministerie van Onderwijs zegt het beeld dat uit het onderzoek naar voren komt, te herkennen. 'Excellente leerlingen krijgen wel extra werk, maar geen extra aandacht'', aldus een woordvoerder. Voor het ministerie is het belangrijk dat ook de slimme scholieren meer aandacht krijgen. 'We verwachten dat de situatie binnen een paar jaar flink zal verbeteren. Binnenkort wordt in een brief aan de Tweede Kamer precies verteld wat we daar de komende periode voor gaan doen.'