Afgelopen week kreeg ik van een docent de vraag of er een uitputtende cursus is voor het aanleren van informatievaardigheden door leerlingen van het V(MB)O. Op zijn school willen ze daaraan meer aandacht gaan besteden. Een goede zaak, want zoals alle docenten wel weten zijn de vaardigheden van leerlingen op dat gebied vaak erg beperkt. Dat geldt voor alle fasen van het proces van informatievaardigheden: vanaf het afbakenen van de vraag, via het bepalen van bronnen, het inzetten van de juiste zoektechnieken tot aan het beoordelen van de gevonden informatie en het vermelden welke bronnen gebruikt zijn.


Toch zijn er - voor zover ik weet - weinig tot geen complete cursussen. Er zijn wel boeken over zoeken en vinden op internet, maar die zijn niet geschreven voor leerlingen in het VMBO. Bibliotheken hebben verschillende middelen om leerlingen te leren zoeken, zoals de Webdetective en Zoeken en Vinden van de Haagse bibliotheek, voor onderbouw, VMBO en HAVO/VWO. Maar Webdetective vind ik verouderd en beperkt in zijn aanpak en de webpagina's van de Haagse Bibliotheek bevatten wel tips, maar daarin zit verder geen opbouw. Er zijn wel heel veel voorbeelden van lessen waarin informatievaardigheden aan de orde komen. Deze zijn o.a. te vinden op de site Medialessen, via Wikiwijs (bijv. het mediawijsheidcurriculum van het Thorbeckecollege, waarin veel aandacht wordt besteed aan beeldbronnen) en op de site van Kennisnet.


Aparte cursus of integratie in de vakken?

Maar ik denk ook dat het verwerven van informatievaardigheden in één afgeronde cursus weinig zinvol is. Het risico is dan namelijk groot dat wat geleerd wordt in zo'n cursus door de leerlingen niet wordt toegepast in de andere settings en vakken, zoals je dat ook vaak ziet gebeuren wanneer studievaardigheden als apart vak wordt aangeboden aan leerlingen. Daarnaast is informatievaardigheden geen statisch vak, maar iets wat zich voortdurend ontwikkelt omdat informatie op steeds meer plaatsen aangeboden wordt en via steeds nieuwe routes toegankelijk wordt gemaakt. Daarom heeft het mijn voorkeur om informatievaardigheden gefaseerd (met een duidelijke opbouw) en geïntegreerd in het curriculum aan te bieden, als onderdeel van de 'gewone' vakken.


Om dat te kunnen doen moeten docenten afspraken maken welke vaardigheden ze op welk moment leerlingen bij willen brengen en hoe ze dat onderwerp ook elke keer weer aan de orde laten komen in de lessen en de producten die leerlingen moeten opleveren het toepassen van die vaardigheden een soort vaste routine wordt.


Voorbeelden van lessen:

1. Bepalen van de vraag en zoektermen

Om leerlingen te leren hoe ze hun vraag kunnen afbakenen, kan je in een les een woordspin met ze maken. De woorden uit deze woordspin kunnen ze vervolgens gebruiken bij het bepalen van zoektermen die ze (via Advanced Search) combineren met behulp van de logische operatoren AND, OR en NOT. Als oefening daarbij zou je ze één van de 'Games with a purpose' laten spelen, bijv. ESP. In dit spel geven twee spelers onafhankelijk van elkaar trefwoorden aan een plaatje dat ze te zien krijgen. Leerlingen ervaren dan hoe moeilijk het is om een goed trefwoord te bepalen en zelf een strategie bepalen wat goede trefwoorden zijn om op te zoeken.


2. Beoordelen van bronnen

Om leerlingen kritisch te laten kijken naar de zoekresultaten kan je ze bijv. zelf een website laten maken of een stukje laten schrijven voor Wikipedia of Wikikids. Daarmee leren ze dat niet alles wat op het web staat even betrouwbaar is, en ze leren hoe ze kunnen achterhalen hoe de teksten in Wikipedia en Wikikids tot stand komen. Je kan ze ook samen een verzameling favorieten laten aanleggen (bijv. met Diigo) voor een vak of voor een onderwerp uit de leerstof en ze daarbij een beschrijving laten maken van de websites die ze zelf goed vinden volgens een vast formaat (bijv: wie is de maker van de site, wat is de inhoud, wanneer is de inhoud voor het laatst aangepast). Anderen kunnen daar dan op reageren: vinden zij die website ook goed en waarom? Voorafgaand aan het bouwen van zo'n verzameling kan je met de leerlingen bepalen welke trefwoorden ze willen gebruiken: daarmee bouw je dan direct weer voort op wat ze daarvoor hebben geleerd.


3. Verantwoorden van bronnen

Een opdracht voor het verantwoorden van de gebruikte bronnen zou kunnen zijn dat leerlingen een werkstuk moeten maken dat helemaal bestaat uit teksten van anderen. Denk bijvoorbeeld aan een onderwerp als de VOC, een leesverslag of iets over de komende verkiezingen, waarover veel op het web te vinden is. Voor het schrijven mogen ze alleen teksten gebruiken van websites (bijv. van werkstukken.nl: die site gebruiken ze immers al lang), weblogs, wiki's enz. of in boeken of andere uitgaven. Daarbij moeten ze wel steeds opgeven waar ze die tekst hebben gevonden. Daarnaast kan je ze vragen om bij tenminste 3 stukken tekst ook andere bronnen te noemen en daarbij aan te geven waarom ze die ene bron hebben genomen en niet de alternatieve bron. Daarmee beantwoorden leerlingen vragen als waarom gebruik je een website en geen weblog, wanneer geef je de voorkeur aan Wikipedia en wanneer aan een boek en grijp je dus weer terug op het beoordelen van bronnen.


Meer vaardigheden

Natuurlijk ben je er nog lang niet met bovengenoemde lessen: om leerlingen informatievaardig te maken zal je aan meer zaken aandacht moeten besteden, bijv. kennis van (de kwaliteiten van) de verschillende (web- en folio-)bronnen, het gebruik van databases, kennis van zoekmachines en de manier waarop deze de treffers rangschikken enz. Een mooie opbouw van zoekvaardigheden vond ik bij Google. Deze set is vrij uitgebreid en ik denk dat niet alle hierin genoemde vaardigheden op alle niveaus aan de orde moeten komen, maar het overzicht kan misschien wel dienen als basis voor een eigen plan.