Kennisnet en Lentiz voeren een experiment uit van een toepassing van het Internet der Dingen in het onderwijs. Gedurende het experiment zal Serge de Beer bloggen over zijn ervaringen tijdens het experiment. Onderstaand de eerste uit deze serie.

Formeel funderend leren begint zich langzaam uit te breiden buiten de muren van het schoolgebouw. Mobiele devices geven mogelijkheden, die we enkele jaren geleden vooral zagen als een ver toekomstperspectief. Leerlingen kunnen leren op elk gewenst moment. Natuurlijk kon dat met een boek ook, maar de virtuele afstand tot de docent is met deze digitale middelen kleiner geworden. Toch bieden smartphones en tablets niet alle mogelijkheden om leren op afstand optimaal in te richten. Er zijn situaties waarbij een digitaal verslag of filmpje niet voldoende inzicht geeft.

Voor deze situaties is de Lentiz onderwijsgroep, ondersteund door Kennisnet, nu gestart met het project History of Objects. In dit project lossen we het probleem op van docenten die niet constant met hun buiten de school lerende studenten kunnen meekijken. We starten met een relatief eenvoudig object, een draaibank. Alle variabelen van de draaibank, zoals het toerental en de positie van de beitel, worden geregistreerd en opgeslagen in de cloud. Bovendien worden er vanuit verschillende hoeken video-opnames gemaakt van de leerling. Wanneer de leerling start met een opdracht, wordt dit in een App gezet op de tablet van de docent. Op een later moment kan hij of zij deze met de video's gecombineerde gegevens terugkijken en analyseren, eventueel samen met de leerling.

Afgelopen maandag zijn mijn collega Tim van Waardenburg en ik begonnen met brainstormen over de aanpak. Bij een brainstorm met Tim, naast een bevlogen science-docent ook een handige programmeur, duurt het nooit lang voor de discussie zich afspeelt op het computerscherm. Al snel hadden we een prototype van een App waarmee we meerdere video kunnen afspelen, aangestuurd door de data van de draaibank. Het verzamelen van die data zal overigens één van de grootste uitdagingen worden in dit project. Hierbij is de medewerking van de draaibank-leverancier van belang. Mocht dit niet lukken dan zullen we terug moeten vallen op het zelf bouwen van digitale toerentellers en het gedetailleerd meten van afstanden.

Komende maandag ga ik met LIFE college, waar het experiment wordt uitgevoerd, verder bespreken op welke momenten we met de draaibank zelf aan de slag gaan. Ondertussen zijn wij met onze ICT-afdeling ook al gestart met het mogelijk maken van communicatie van buiten ons netwerk naar de hardware die we gebruiken voor het registreren van de draaibank. Ondertussen ga ik lekker verder experimenteren en programmeren.