Leesvaardigheid zakt opnieuw weg op Nederlandse scholen

De leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarigen laat in het nieuwste PISA onderzoek over 2025 opnieuw een daling zien. Dat begint inmiddels minder op een incident en meer op een hardnekkig patroon te lijken. Wie moeite heeft met lezen, loopt niet alleen vast bij Nederlands, maar struikelt al snel ook bij geschiedenis, biologie, wiskundeopgaven en eigenlijk zowat alles waar taal in verstopt zit.

PISA laat opnieuw dezelfde pijnlijke lijn zien

Het PISA-onderzoek van de OESO brengt in kaart hoe 15 jarige leerlingen presteren op lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. In 2025 maakten wereldwijd ruim 760.000 leerlingen de toets. In Nederland ging het om 6.636 leerlingen, verdeeld over 177 scholen. Dat is een stevige steekproef, al plaatsen onderzoekers wel een kleine kanttekening bij de deelname, omdat niet alle benaderde scholen en leerlingen meededen.

Nederland zit sinds 2018 onder het OESO gemiddelde. Die afstand is nu verder opgelopen. Daarmee wordt het lastig om nog te spreken van een tijdelijke dip. Bijna 40 procent van de Nederlandse leerlingen haalt inmiddels het minimale leesniveau niet dat in PISA als basis wordt gezien. In de praktijk heeft dat grote consequenties. Denk aan leerlingen die moeite hebben om een tekst zorgvuldig te begrijpen, instructies te volgen, hoofd en bijzaken uit elkaar te houden of de betrouwbaarheid van informatie in te schatten. En laat dat nu net vaardigheden zijn die in een digitale omgeving, vol snelle prikkels en halve waarheden, alleen maar belangrijker worden.

Op de andere domeinen is het beeld iets minder somber, al is een jubelstemming bepaald niet aan de orde. De prestaties in wiskunde en natuurwetenschappen zijn ook lager dan voorheen, maar de terugval is minder scherp dan bij lezen het geval is. Voor wiskunde zitten Nederlandse leerlingen nog boven het gemiddelde van vergelijkbare Europese landen. Bij natuurwetenschappen komen ze ongeveer op hetzelfde niveau uit.

Nieuw in deze editie was computational problem solving, een meting van digitale probleemoplossende vaardigheden. Daar scoort Nederland net bovengemiddeld. Dat is een lichtpuntje, zeker, al zou het wat al te makkelijk zijn om daar tevreden op achterover te leunen.

PISA kijkt niet alleen naar prestaties, maar ook naar opvattingen en gedrag van leerlingen. Ook daar schuurt het. Zo noemt 35 procent van de Nederlandse leerlingen school een vorm van tijdverspilling. Bijna de helft zegt met huiswerk te stoppen als het te veel tijd kost.

Dit zegt iets over motivatie, doorzettingsvermogen en betrokkenheid bij leren. Betere resultaten ontstaan zelden uitsluitend uit nieuwe lesmethodes of aangepaste kerndoelen. Zonder aandacht voor leesmotivatie, concentratie en werkhouding blijft verbetering broos, alsof je een scheur in de muur verft zonder eerst het fundament te bekijken.

Staatssecretaris Judith Tielen noemt verdere achteruitgang onaanvaardbaar. Vanuit onderwijskundig perspectief is dat goed te volgen, want goed lezen is niet alleen een schoolse vaardigheid, maar ook nodig om een bijsluiter te begrijpen, een formulier in te vullen of een sollicitatiebrief te schrijven. Simpel gezegd, zonder taal kom je overal tekort. Tegelijk waarschuwen onderwijsbonden als AOb en CNV voor reflexbeleid. Niet meteen weer een nieuwe maatregel, nog een interventie, nog een projectsubsidie erbij. Hun punt is begrijpelijk. Scholen hebben meer aan consistent beleid, structurele investeringen en voldoende bevoegde leraren en schoolleiders dan aan kortstondige bestuurlijke drukte. Ook noemen de bonden de rol van ouders, thuis lezen en voorlezen helpen, en zij vragen aandacht voor de invloed van grote technologieplatforms op de concentratie van kinderen.

VorigeWat een simulator wél en niet doet: lesgeven met scenario en debriefing
Reacties (0)

Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst

Laat een reactie achter