In Vlaanderen wees De Standaard op basis van PISA-data op het verdwijnen van zo’n 140.000 wiskundetoppers in twintig jaar. Een vergelijkbare analyse van dezelfde internationale metingen laat zien dat Nederland hetzelfde type erosie kent, al is het startpunt lager en het verloop iets anders.
PISA toetst of 15-jarigen wiskundige kennis kunnen toepassen in nieuwe situaties. Nederland scoorde in 2003 gemiddeld 538 punten. In 2012 was dat 523, in 2018 519 en in 2022 nog maar 493. Dat is een daling van 45 punten ten opzichte van 2003. Alleen al tussen 2018 en 2022 verdween meer dan een schooljaar aan leerwinst. Nederland blijft boven het OESO-gemiddelde, maar de voorsprong is een stuk kleiner geworden. De nationale rapportage staat in Resultaten PISA-2022 in vogelvlucht, de internationale vergelijking bij de OESO.
Kopgroep slinkt, onderkant groeit
In 2022 behaalde 15 procent van de Nederlandse 15-jarigen PISA-niveau 5 of 6. Dat is nog altijd hoger dan het OESO-gemiddelde van 9 procent. Het allerhoogste niveau 6 bleef min of meer stabiel, rond de 4 procent. De afname zit vooral in de bredere groep sterke leerlingen. Rond 2012 zat naar schatting 20 procent in de hoogste niveaus, in 2015 was dat nog maar 16 procent.
Tegelijk steeg het aandeel leerlingen onder niveau 2 van 16 procent in 2018 naar 27 procent in 2022. Volgens de OESO-definitie zijn deze leerlingen onvoldoende wiskundig geletterd om zelfstandig in de samenleving te functioneren. De daling was het sterkst bij vmbo-leerlingen en bij meisjes. Tussen 2018 en 2022 gingen vrijwel alle groepen achteruit, maar de zwakste leerlingen meer dan de sterkste. Daardoor nam de spreiding toe.
Op de basisschool is het beeld stabieler. TIMSS in groep 6 schommelt sinds 2003 rond de 537 punten. Alleen 1995 lag hoger. Slechts 8 procent haalt het hoogste niveau. Vlaanderen daalde in TIMSS juist uitzonderlijk hard.
Terugval is niet incidenteel
De terugval is niet alleen aan corona toe te schrijven. De neerwaartse trend in PISA-wiskunde loopt al vanaf 2003. Eerder onderzoek, onder meer van McKinsey, wees al op een dalend inhoudelijk niveau van vwo-wiskunde over drie decennia, terwijl examencijfers dat toen nog deels maskeerden. Daar komen bekende systeemfactoren bij: een aanhoudend tekort aan wiskundedocenten, beperkte instroom in de lerarenopleiding en een lagere doorstroom van meisjes naar wiskunde B, ondanks vergelijkbare cognitieve uitgangsposities. Ook de instroom van leerlingen met een migratiegrond draagt bij. Deze leerlingen scoren over het algemeen een stuk lager.
Een jaargang telt ongeveer 200.000 vijftienjarigen. Ligt het aandeel toppers 8 tot 10 procentpunten lager dan begin jaren 2000, dan ontbreken per cohort 16.000 tot 20.000 leerlingen in de kopgroep. Wanneer er niets veranderd, is dat over twintig jaar hetzelfde in Nederland.
Wiskundeolympiades laten zien dat een slinkende hoofdgroep nog steeds tot stand komt. De resultaten daaromheen leveren echter minder brede excellentie en laat tegelijk een kwart van de lichting onder de ondergrens zakken. Dat is een structureel verlies van wiskundig talent in Nederland.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst