Voor een groeiend aantal scholen wordt het organiseren van schoolreisjes, kampen en excursies een steeds lastigere rekensom. Vooral basisscholen met veel leerlingen uit gezinnen die financieel krap zitten, merken dat de vrijwillige ouderbijdrage steeds minder oplevert. Intussen blijft de maatschappelijke en pedagogische waarde van schoolactiviteiten onverminderd groot.
Druk op activiteiten buiten het klaslokaal neemt toe
Uit de evaluatie van de wet Vrijwillige Ouderbijdrage blijkt dat scholen sinds de invoering ervan vaker met teruglopende inkomsten te maken hebben. Ouders mogen nog steeds om een vrijwillige bijdrage worden gevraagd voor extra activiteiten, maar leerlingen mogen niet worden uitgesloten als thuis niet betaald kan worden. Dat uitgangspunt is terecht en past bij gelijke kansen in het onderwijs. Tegelijk levert het problemen op in de praktijk, want de rekening moet wel betaald worden.
Die druk is duidelijk zichtbaar in de cijfers van het Jeugdeducatiefonds. In mei van dit jaar werden al ruim 3.300 aanvragen ingediend, goed voor in totaal 4,7 miljoen euro. In dezelfde periode vorig jaar ging het nog om ongeveer 2.200 aanvragen en 2,9 miljoen euro. Dat is een serieuze stijging. Scholen kloppen dus steeds vaker elders aan om activiteiten overeind te houden.
Vooral kwetsbare scholen worden geraakt
De verschillen tussen scholen lopen daarbij verder uiteen. Scholen met ouders die financieel meer armslag hebben, halen doorgaans makkelijker geld op voor uitstapjes en aanvullende activiteiten. Op scholen waar veel gezinnen moeite hebben om rond te komen, daalt de opbrengst juist. Volgens de evaluatie ziet zes op de tien basisscholen met veel leerlingen uit gezinnen met geldzorgen de inkomsten uit ouderbijdragen teruglopen. Niet omdat ouders onwil tonen, maar omdat het simpelweg niet lukt.
Wie schoolreisjes afdoet als een extraatje, mist toch een belangrijk punt. Zulke activiteiten verbreden de leefwereld van kinderen, ondersteunen taalontwikkeling en bieden ervaringen die in een lesboek nu eenmaal niet tot leven komen. Voor leerlingen die buiten school zelden buiten hun eigen buurt komen, kan zo’n dag het verschil maken tussen alleen horen over de wereld en haar echt een beetje beleven. Juist op de scholen waar die opbrengst het grootst is, staat het aanbod nu onder druk.
Oproep aan politiek en beleid
Het Jeugdeducatiefonds waarschuwt dat deze groeiende hulpvraag niet eindeloos opgevangen kan worden. Directeur Mariëlle Arnoldus benadrukt dat scholen ondersteund blijven, maar stelt tegelijk dat extra investeringen nodig zijn als deze ontwikkeling doorzet. Daarmee ligt er voor politiek en beleid een tamelijk urgente vraag op tafel, namelijk: hoe zorgen we dat waardevolle onderwijsactiviteiten niet afhangen van de portemonnee van ouders?
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst