De schaduwkant van kansrijk adviseren

Wat op papier bedoeld is als een opsteker voor kansengelijkheid, pakt in de schoolpraktijk lang niet altijd goed uit. Sinds kansrijk adviseren als beleid wordt toegepast, krijgen leerlingen uit groep 8 bij twijfel vaker een hoger schooladvies. Dat klinkt sympathiek. Toch zien vmbo, en praktijkonderwijsscholen een minder fraaie werkelijkheid ontstaan. Dat merkt Nu.nl op. Een deel van die leerlingen blijkt na een brugjaar alsnog te moeten doorstromen naar een lager niveau.

Hoger advies, grotere verwachting

Kansrijk adviseren stamt uit de coronaperiode en is sinds schooljaar 2023-2024 onderdeel van het beleid. Als een leerkracht twijfelt tussen twee niveaus en een leerling de doorstroomtoets opvallend goed maakt, dan hoort het advies in principe omhoog te gaan. Zo krijgen kinderen, zeker leerlingen die vaker met onderadvisering te maken hebben, toch een eerlijke kans.

Ongeveer een vijfde van de leerlingen krijgt dat voordeel van de twijfel, maar niet iedereen kan het hogere niveau uiteindelijk volhouden. Voor leerlingen voelt dat vaak als mislukken. Eerst mocht je naar de havo, vervolgens moet je toch naar het vmbo.

Voor scholen in het vmbo en praktijkonderwijs betekent dit bovendien een groeiende stroom zij-instromers. Deze leerlingen moeten opnieuw wennen aan een gebouw, regels, docenten, klasgenoten, groepsdynamiek, kortom, het hele circus begint weer van voren af aan. In het praktijkonderwijs komt daar nog het 'praktische' bij. Sommige leerlingen missen vaardigheden die daar al vroeg worden aangeleerd, denk aan basale horeca, of techniekhandelingen. Dan moet een school dus eerst repareren wat elders niet aan bod kwam.

Scholen voelen de druk oplopen

Die extra instroom vraagt veel van teams. Er zijn meer gesprekken met ouders nodig, meer begeleiding, meer roosterpuzzelwerk, en vaak ook meer maatwerk in de klas. Volgens signalen uit het veld stijgt de werkdruk, worden vacatures lastiger vervuld en neemt het ziekteverzuim toe. Als scholen structureel moeten bijschakelen, piept en kraakt het systeem op den duur aan alle kanten.

Daarmee zit de discussie precies op het spanningsveld waar onderwijsbeleid vaker belandt, nobel in bedoeling, weerbarstig in uitvoering. Want ja, sommige kinderen worden werkelijk onderschat, onder meer door achtergrond of thuissituatie. Dan is een hoger advies juist welkom. Tegelijk laat één toets niet altijd het complete plaatje zien. Een basisschooladvies, gebaseerd op jarenlange observatie, verdwijnt dus beter niet naar de achtergrond alsof het bijzaak is.

Meer bewegingsruimte

De Onderwijsraad pleit daarom voor minder harde scheidslijnen direct na groep 8. Brede scholengemeenschappen, met flexibele leerroutes en niveaugroepen per vak, zouden leerlingen meer ademruimte geven. Minder abrupte overgangen, minder afstroom als breukervaring, en meer ruimte om onderweg bij te stellen zonder dat een kind meteen het gevoel krijgt van de kaart te zijn geveegd.

Vorige7 tips voor mentaal gezond onderwijs: zo bouw je aan een school waar het echt goed gaat
VolgendeSteeds minder ouders betalen ouderbijdrage, schoolreisjes onzeker
Reacties (0)

Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst

Laat een reactie achter