Twee jaar nadat Den Haag de voorschool voor peuters kosteloos maakte, tekenen de eerste effecten zich af. Kinderen tussen 2,5 en 4 jaar kunnen sinds 1 januari 2024 zestien uur per week gebruikmaken van voorschoolse educatie. Het idee daarachter is dat eerder beginnen, ontwikkelkansen vergroten en voorkomen dat achterstanden zich al vóór groep 1 voor gaan doen. In de praktijk blijkt vooral één combinatie verschil te maken: gratis toegang én begeleiding die dichtbij ouders staat.
Peuterconsulenten halen drempels weg
In Den Haag zijn het de peuterconsulenten die veel van dat werk opvangen. Zij informeren ouders, denken mee over een passende locatie en blijven vaak ook na de plaatsing betrokken. Volgens consulenten Esen Pamay en Samira el Youzghi zit hun meerwaarde juist in dat persoonlijke contact. Niet alleen uitleggen hoe de voorschool werkt, maar ook samen verder, stap voor stap.
Voorheen liep het geregeld spaak op de kosten. Zodra ouders hoorden dat er betaald moest worden, haakten velen af, soms meteen al. Met de gemeentelijke financiering is die hobbel voor een grote groep verdwenen. Daardoor komen nu ook gezinnen in beeld die eerder buiten bereik bleven. Dat is niet onbelangrijk, aangezien juist deze kinderen een grotere kans hebben om met een achterstand aan de basisschool te beginnen.
Toch draait het niet alleen om geld, zo blijkt. Onbekendheid met het Nederlandse onderwijssysteem speelt minstens zo vaak mee. Sommige ouders kennen het idee van voorschoolse educatie nauwelijks. Dan helpt een folder niet. De consulenten zoeken ouders daarom actief op in de wijk, op het schoolplein, in de speeltuin of gewoon op de markt. Dat informele contact lijkt te werken.
Ontwikkeling van kinderen laat zichtbaar effect zien
De eerste opbrengsten zijn volgens consulenten én scholen goed merkbaar. Kinderen die een voorschool hebben bezocht, zijn beter voorbereid op groep 1. Ze zijn vaker al gewend aan routines die voor school vanzelfsprekend lijken, maar voor jonge kinderen best groot kunnen zijn, zoals luisteren in de kring, samen spelen, wachten op je beurt, in een rij staan.
Ook de taalontwikkeling springt eruit. Consulenten noemen voorbeelden van kinderen die bij de start nauwelijks spraken en na enige tijd op de voorschool duidelijk vooruitgingen, soms zelfs in twee talen tegelijk. Basisscholen merken dat eveneens. Leraren krijgen minder vaak te maken met leerlingen die vanaf dag één een forse ontwikkelachterstand meenemen.
Helemaal gladgestreken is het beeld overigens niet. Op sommige locaties zijn wachtlijsten ontstaan, waardoor vroeg inschrijven belangrijk blijft.
De voorlopige balans is desalniettemin positief. De gratis voorschool heeft de toegang vergroot, meer gezinnen bereikt en de startpositie van kinderen versterkt. Het Haagse voorbeeld laat daarmee iets zien wat onderwijsprofessionals al langer weten, kansenongelijkheid pak je het liefst vroeg aan, en liefst niet op afstand, maar menselijk en dichtbij.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst