Havoleerlingen slagen al jaren minder vaak voor hun eindexamen dan leerlingen op andere onderwijsniveaus. Uit een analyse van slagingscijfers blijkt dat gemiddeld 88,2 procent van de havisten het diploma behaalt. Op het vmbo ligt dat percentage met 97,5 procent een stuk hoger. Daarmee is de havo nog steeds de opleiding waar de meeste examenleerlingen blijven steken.
Wie naar de havo kijkt, ziet een nogal wisselend gezelschap. Er zitten leerlingen die altijd al op hun plek waren op de havo, maar ook jongeren die vanuit het vmbo doorstromen en leerlingen die van het vwo afzakken. Dat maakt de groep veelzijdig, maar ook kwetsbaar. Niet iedereen begint immers met dezelfde bagage. Volgens de VO-Raad speelt daarnaast mee dat het havo programma sterk leunt op dezelfde opzet als het vwo. De vakken en profielen lijken veel op elkaar, terwijl havoleerlingen vaak op een andere manier leren.
De havo oogt in de praktijk soms als een afgeslankte vwo route, terwijl het eigenlijk een eigen onderwijssoort zou moeten zijn. Havisten hebben daarnaast in de bovenbouw twee jaar om zich voor te bereiden op het examen, vwo leerlingen krijgen er drie. Vanuit onderwijskundig perspectief is het dan ook goed verdedigbaar om te zeggen dat de havo structureel onder extra druk staat.
Meer praktijk in het havo-programma
Uit reacties van leerlingen en onderwijsorganisaties komt een duidelijk beeld naar voren: veel havisten leren beter door te doen, toe te passen en samen te werken. Minder eindeloos stampen dus, meer werken aan opdrachten met een zichtbaar doel. Leerlingen geven aan dat zij in veel vakken vooral moeten lezen, schrijven en samenvatten. Voor sommigen werkt dat prima, voor anderen zakt de motivatie dan als een pudding in elkaar. Juist op de havo, waar praktische gerichtheid vaak sterker aanwezig is, kan dat funest zijn.
Een initiatief als HavoP probeert daar iets aan te veranderen. In dat examenvak werken leerlingen aan échte opdrachten voor bedrijven en instellingen. Denk aan het ontwerpen van een veerpont of het organiseren van een groot evenement. Zulke opdrachten verbinden de theorie aan de praktijk. De aanhoudend lagere slagingscijfers op de havo vragen daarom niet om paniek, wel om scherpe keuzes. Als de inrichting van het programma beter aansluit op hoe havisten leren, ligt verbetering binnen bereik.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst