Kinderen die nu thuisblijven omdat hun ouders geen passende school kunnen vinden, moeten uiteindelijk gewoon onderwijs op school gaan volgen. Dat is de nieuwe lijn die uit de recente handreiking van Ingrado en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten naar voren komt. Voor de praktijk betekent het dat bijna 2.900 kinderen nog voor het komende schooljaar een passende school moeten vinden. Voor leerlingen die al lang buiten het klaslokaal staan, wordt een overgangsperiode van een jaar aanbevolen.
Strengere beoordeling na uitspraak van de Hoge Raad
In april oordeelde de Hoge Raad dat een vrijstelling van de leerplicht op levensbeschouwelijke gronden alleen nog in uitzonderlijke situaties mogelijk is. Ingrado en de VNG vertalen dat nu naar de dagelijkse uitvoeringspraktijk van gemeenten en leerplichtambtenaren.
Het recht van het kind op onderwijs hoort voorop te staan. Als er binnen redelijke afstand openbaar onderwijs beschikbaar is, dan ligt een vrijstelling meestal niet voor de hand. Voor basisonderwijs wordt daarbij gekeken naar een afstand van zes kilometer, voor voortgezet onderwijs naar twintig kilometer.
Gemeenten krijgen ruimte
Voor veel gemeenten is deze handreiking welkom. Eerder gaven achttien van de dertig grootste gemeenten al aan te wachten op landelijke richting. Sommige gemeenten, Den Haag bijvoorbeeld, gingen intussen al steviger optreden door bestaande vrijstellingen niet automatisch meer te verlengen. Toch blijft het een precair dossier. De richtlijn is niet juridisch bindend. Wat gebeurt er als ouders blijven weigeren hun kind in te schrijven? Dat kan verschillen tussen gemeenten, en dat is voor rechtsgelijkheid bepaald niet ideaal.
Overgangsjaar
Voor kinderen die soms al jarenlang thuiszitten, is de stap naar een schoolgebouw een grote. Daarom adviseert Ingrado een zorgvuldig overgangsjaar. In die periode moeten gemeenten, ouders en scholen samen een plan van aanpak maken, met als doel een passende onderwijsplek en daadwerkelijke deelname aan onderwijs.
Ook staatssecretaris Judith Tielen steunt die koers. In haar visie krijgt een kind het beste onderwijs van een vakbekwame docent, op een school, tussen leeftijdsgenoten. Intussen onderzoekt zij voor de langere termijn twee opties, de vrijstellingsmogelijkheid schrappen, of thuisonderwijs wettelijk regelen mét toezicht.
Die discussie speelt al jaren. Nederland kent officieel geen uitgewerkt stelsel voor thuisonderwijs binnen deze vrijstellingsgrond, en er is nauwelijks toezicht op wat kinderen thuis feitelijk aangeboden krijgen. Daardoor raken sommige leerlingen uit beeld. Deskundigen waarschuwen al langer voor onderwijsachterstanden, sociaal isolement en gemiste zorg.
Kinderrechtenonderzoekers steunen daarom het uitgangspunt dat onderwijs niet ondergeschikt mag worden gemaakt aan ouderlijke voorkeuren. Wel benadrukken zij dat kinderen zelf ook gehoord moeten worden. Niet over hun hoofd heen beslissen dus, maar mét hen spreken over wat een passende school is.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst