Het tekort aan stageplaatsen in de zorg speelt al langere tijd, en begint nu zichtbaar door te werken in het mbo. Zorg-opleidingen zien zich genoodzaakt de instroom te beperken, terwijl de vraag naar nieuw zorgpersoneel juist oploopt. Voor studenten betekent het uitstel of onzekerheid, voor scholen een lastige puzzel en voor de sector zelf een probleem dat zichzelf steeds verder lijkt vast te zetten.
Opleidingen remmen instroom af
Het kabinet wil iets doen aan het groeiende tekort aan mbo-stageplekken in de zorg. Onderwijsminister Rianne Letschert heeft aangekondigd te zoeken naar structurele financiering om de positie van mbo-studenten op de stagemarkt te versterken. De aanleiding is het feit dat sommige opleidingen (tijdelijk) minder studenten toelaten, simpelweg omdat er te weinig leerwerkplekken beschikbaar zijn. En dat is juist in de zorg bijzonder onhandig, want daar zijn extra handen harder nodig dan ooit.
Scholen merken de druk direct
ROC Mondriaan in Den Haag hanteert voor de opleiding sociaal werker een numerus fixus van 150 studenten per jaar. Dat aantal ligt lager dan de belangstelling, dus niet iedereen kan starten. Ook Curio in Roosendaal werkt al met een maximum voor de opleiding sociaal werker en overweegt eenzelfde maatregel voor de opleiding doktersassistent. Zulke keuzes zijn onderwijsinhoudelijk begrijpelijk, maar ze voelen ook wat wrang, zeker in een sector met grote tekorten.
Voor studenten pakt dit soms ronduit frustrerend uit. Bij Curio kon een volledige eerstejaarsklas geen stageplek vinden. Als noodgreep kregen deze studenten extra theorie, en praktijklessen op school. Maar, praktijkervaring leer je nu eenmaal niet volledig uit een boek of een nagebootste setting. Je moet meelopen, kijken, proberen, fouten maken en bijsturen.
Begeleiding is het echte knelpunt
De oorzaak ligt niet alleen bij geld. Zorgorganisaties zijn vaak terughoudend om stagiairs aan te nemen, vooral omdat begeleiding veel tijd kost. En die tijd is schaars. Instellingen kiezen daarom liever voor meer ervaren mbo-studenten of voor hbo-stagiairs, omdat die doorgaans sneller zelfstandig inzetbaar zijn. Volgens de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven zit daar een belangrijk deel van het probleem. Dit levert namelijk een tegenstrijdigheid op, wie nieuw is krijgt moeilijk een kans, maar zonder kans bouw je ook geen ervaring op. Het bekende cirkeltje dus.
Extra geld is niet automatisch de oplossing
Daarmee komt meteen de vraag op tafel of extra financiering voldoende zal zijn. De Rekenkamer concludeerde eerder al dat financiële prikkels zorgorganisaties maar beperkt zullen motiveren om meer stageplaatsen aan te bieden, als er te weinig stagebegeleiders zijn. Dat maakt de discussie ingewikkelder dan een simpele rekensom. Meer middelen kunnen helpen, zeker, maar zonder mensen die studenten op de werkvloer kunnen begeleiden blijft het dweilen met de kraan open.
Voor het beroepsonderwijs is dit een wezenlijke kwestie. Stages vormen geen bijzaak, maar een onmisbaar onderdeel van kwalificatie, beroepsvorming en motivatie. Als die schakel hapert, stokt niet alleen de opleiding van studenten, maar ook de toevoer van nieuwe professionals naar sectoren als de zorg. Minister Letschert heeft aangegeven samen met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport naar oplossingen te zoeken en de Tweede Kamer voor de zomer te informeren.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst