In Europese klaslokalen wordt antisemitisme niet meer alleen via lesboeken zichtbaar, het zit midden in het alledaagse schoolleven. Dat laat een nieuw onderzoek van UNESCO zien. Bijna 78 procent van de ruim 2,000 ondervraagde leraren uit 23 EU landen geeft aan minstens één antisemitisch incident in de klas te hebben meegemaakt, soms een losse opmerking, soms een hele reeks voorvallen. Wie dacht dat het om uitzonderlijke situaties ging, moet die aanname dus herzien, want de cijfers wijzen eerder op een structureel patroon dan op losse incidentjes.
Incidenten lopen uiteen van spot tot geweld
Unesco baseert zich op een grootschalige enquête onder leraren uit primair en voortgezet onderwijs, verspreid over vrijwel heel Europa, en benadrukt dat het om een Europees totaalbeeld gaat. En de uitkomsten zijn zorgelijk. Ruim driekwart van de leraren zag minstens één antisemitisch incident en ongeveer 27 procent meldt zelfs negen of meer voorvallen, een frequentie die erop duidt dat dergelijke uitingen in sommige schoolcontexten bijna genormaliseerd raken.
Wat leraren beschrijven, loopt sterk uiteen. Een substantieel deel maakt Holocaustontkenning of verdraaiing daarvan mee. Afhankelijk van de vraagstelling in de onderzoeken schommelen de percentages tussen circa 28 en ruim 60 procent, met naar eigen zeggen een kleinere groep, rond de 11 procent, die dit regelmatig ziet terugkomen in hun lessen. Daarnaast rapporteert 44 procent dat leerlingen nazisymbolen tekenen of dragen, of bijvoorbeeld het bekende nazi saluut nadoen, soms zogenaamd als grap tussendoor. Een minderheid van de docenten, maar nog altijd een opvallend aandeel, tussen grofweg 10 en 15 procent, was minstens één keer getuige van fysiek geweld tegen Joodse leerlingen met een antisemitische aanleiding.
UNESCO plaatst deze bevindingen nadrukkelijk in een bredere maatschappelijke ontwikkeling. De organisatie waarschuwt dat haatzaaiende uitlatingen rond Joden en rond de Holocaust een niveau bereiken dat, historisch gezien, sinds de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog nauwelijks is voorgekomen. Daarmee wordt de school niet alleen een spiegel van de samenleving, maar soms ook een broedplaats waar bestaande spanningen verder kunnen escaleren als er didactisch en pedagogisch weinig tegenwicht wordt geboden.
Leraren missen vaak gerichte scholing en duidelijke kaders
Opvallend is dat veel leraren zich inhoudelijk en professioneel maar half toegerust voelen. Ongeveer 61 procent van de respondenten geeft aan dat zij niet altijd een goed onderbouwd antwoord kunnen formuleren op vragen van leerlingen over antisemitisme of de Holocaust. Het gaat dus niet alleen om handelen op het moment dat een incident zich voordoet, maar ook om de vraag of een docent voldoende historisch en didactisch repertoire heeft om de klas verder te brengen dan een kort corrigerend gesprek.
Daar komt bij dat 70 procent van de ondervraagde leraren nog nooit een gerichte training heeft gevolgd over het herkennen en aanpakken van hedendaags antisemitisme. Slechts een minderheid werkt op een school waar duidelijke protocollen of richtlijnen bestaan die helpen bij het reageren op antisemitische uitingen of symbolen, wat in de praktijk betekent dat veel docenten zelf moeten uitvinden hoe zij grenzen stellen en tegelijk het gesprek openhouden. Extra zorgelijk is dat ongeveer 42 procent ook antisemitische opmerkingen of stereotypen bij collega's zegt te signaleren, wat het idee versterkt dat het niet alleen om leerlingengedrag gaat, maar om schoolcultuur in brede zin.
Voor de Nederlandse onderwijspraktijk is dit alles geen ver van mijn bed nieuws. Initiatieven als seminars van CIDI in samenwerking met Yad Vashem in Jeruzalem, waar docenten zich verdiepen in actuele inzichten rond Holocaustonderwijs en burgerschapsvorming, laten zien dat er wel degelijk vraag is naar verdiepende professionalisering. De kernvraag is hoe dergelijke trajecten, en vergelijkbare scholing, structureel kunnen worden ingebed in het professionaliseringsbeleid van scholen, zodat niet alleen gemotiveerde individuele docenten, maar hele teams beter voorbereid zijn op de complexe realiteit in hun klaslokalen.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst