Scholieren in het voortgezet onderwijs hoeven straks niet meer verplicht een maatschappelijke stage te doen. Scholen mogen er voortaan zelf voor kiezen om deze stagevorm al dan niet te organiseren. De Eerste Kamer zal volgende week instemmen met de afschaffing van de verplichting, zo bleek vandaag tijdens het debat. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs wist daarin de twijfelende PvdA aan zijn zijde te krijgen.

De maatschappelijke stage houdt in dat leerlingen in het voortgezet onderwijs minimaal 30 uur vrijwilligerswerk doen. De Senaat hekelde dat de wet nog geen 3 jaar bestaat en nu al op de schop gaat. De VVD-PvdA coalitie nam de afschaffing van de verplichting in het regeerakkoord op.

Tegenstanders
De tegenstand van het CDA, SP en ChristenUnie in de Senaat bleef overeind. Zij zijn bang dat veel scholen langzaam zullen stoppen met de maatschappelijke stage, ook omdat de 75 miljoen euro die er jaarlijks voor is bestemd, verdwijnt. Leerlingen steken veel op van deze stage, stelden ze, en scholen en organisaties zijn er enthousiast over. De helft van de scholen geeft aan alleen door te gaan als er geld voor is. Een kwart zegt door te gaan en de rest sowieso niet.

Voorstanders van de afschaffing zoals VVD, D66 en PVV denken dat scholen wel met de stages doorgaan en juist meer mogelijkheden krijgen om ze in te vullen. Ook Dekker is niet benauwd dat scholen massaal ermee stoppen, omdat het een taak van het onderwijs is om te komen tot 'activerend burgerschap en sociale integratie'. Maar de maatschappelijke stage is niet het enige middel daarvoor, zei hij.

Dekker vindt dat de verplichting heeft geleid tot een goede start. Volgens hem behouden scholen voldoende geld hiervoor. Ook zegde Dekker toe om de gevolgen van de afschaffing van de verplichting in kaart te brengen.