Tegen de drie hoofdverdachten van de fraudezaak op de Ibn Ghaldoun-school zijn celstraffen van drie maanden geëist, waarvan een groot deel voorwaardelijk. Ze hoeven niet de cel in, omdat ze hun onvoorwaardelijke straf al in voorarrest hebben uitgezeten. Daarnaast zijn tegen de drie taakstraffen tot 240 uur geëist. Tegen enkele andere verdachten, onder wie twee minderjarigen, zijn kortere werkstraffen geëist.

Het Openbaar Ministerie vindt dat de verdachten geen strafvermindering moeten krijgen vanwege de media-aandacht. Het proces voor de rechtbank in Rotterdam begon maandag. Er is vijf dagen voor uitgetrokken.

In de zaak staan negen jongemannen en twee vrouwen terecht, onder wie twee minderjarigen. Ze worden ervan verdacht dat ze vorig jaar in de Rotterdamse school hebben ingebroken en eindexamenopgaven hebben verspreid. Het was het idee van hoofdverdachte Safae, zegt het OM.

De groep is waarschijnlijk meerdere keren via het dakraam de school binnengegaan. De verdachten zouden de ruimte hebben opengebroken waar de examens lagen en de opgaven hebben gefotografeerd. De examens zijn uiteindelijk via internet verspreid. Leerlingen konden de examens kopen voor 50 tot 250 euro. Bij zo'n 150 leerlingen zijn de examens uiteindelijk gevonden.

De zaak-Ibn Ghaldoun is de grootste examenfraude in de Nederlandse geschiedenis. Eindexamenleerlingen in het hele land wisten een tijd niet of hun examens wel geldig waren. Uiteindelijk moesten 17.000 leerlingen opnieuw examen Frans doen. Ibn Ghaldoun is failliet gegaan nadat het ministerie van Onderwijs de financiering had stopgezet.