Onderwijsvakbond AOb heeft het Nationaal Onderwijsakkoord twee dagen voor de officiële publicatie op internet gezet. In het akkoord staat onder meer dat de investeringen van 150 miljoen euro die nu in het primair en voortgezet onderwijs worden gedaan, in 2016 en 2017 weer gekort worden.

Het ministerie van Onderwijs laat in een reactie weten dat de AOb een 'oude, achterhaalde' versie van het akkoord op de website heeft gezet. 'Wat er precies anders is, wordt donderdag naar buiten gebracht', aldus een woordvoerder. Hij geeft wel aan dat tegenover de 150 miljoen die volgens de onderwijsvakbond over 3 jaar weer gekort wordt, een bedrag van 265 miljoen euro staat dat in basis- en middelbare scholen geïnvesteerd wordt.

Diverse onderwijspartijen
Het Onderwijsakkoord is begin september ondertekend door diverse onderwijspartijen en de minister en staatssecretaris van Onderwijs. De AOb stapte al eerder uit het overleg. Zij konden zich er niet in vinden dat de regeling voor oudere docenten, de zogenoemde bapo, geschrapt wordt. Dat geldt ook voor de nullijn. Het leek er tot dinsdag op dat leraren daar ook komend jaar weer mee te maken zouden krijgen, maar minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher zei dat deze komend jaar toch van tafel is.

AOb-voorzitter Walter Dresscher kreeg vorige week het akkoord onder ogen, maar hij bleef bij zijn standpunt om het niet te steunen. Volgens hem wordt er niet in het onderwijs geïnvesteerd, maar worden er slechts boekhoudkundige trucs uitgehaald.

Dat is ook het geval bij de compensatie die docenten komend jaar krijgen. Onderwijspersoneel staat al jaren op de nullijn. Deze wordt pas in 2015 losgelaten, maar ter compensatie krijgen docenten er komend jaar wel iets bij. Dat gaat dan echter wel weer van het bedrag in 2015 af.

Principeakkoord met werkgevers en werknemers
Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker kwamen begin september tot een principeakkoord met werkgevers en werknemers, verenigd in de Stichting van het Onderwijs. Een deel van de overeenkomst brachten ze toen al naar buiten, onder meer dat er de komende jaren meer ruimte is voor jonge docenten in het onderwijs, de werkdruk voor alle docenten lager wordt en er meer ruimte komt voor nascholing.