Studiekiezers laten zich bij de keuze voor een universiteit maar weinig leiden door het oordeel van officiële gidsen. Dit blijkt uit een recent onderzoek van Bijcollege. De keuze voor een universiteit wordt voor slechts 2,4% bepaald door het kwaliteitsoordeel. De studentoordelen van de Nationale Studenten Enquête werden vergeleken met de instroom bij 252 universitaire bacheloropleidingen.

Als een aanstaande student eenmaal heeft gekozen welke studie hij of zij gaat volgen, dient de volgende vraag zich alweer aan: waar dan? Uit het onderzoek blijkt dat scholieren zich bij deze keuze weinig aantrekken van het oordeel van officiële gidsen bij het maken van de keuze voor een universiteit. Zo scoort van de informatica opleidingen de Universiteit van Amsterdam het laagst op de kwaliteitsoordelen, en hebben zij toch de grootste instroom.

Dit bevestigt het beeld uit eerder onderzoek, namelijk dat de studiekeuze van scholieren niet voortkomt uit rationele argumenten. Zij laten zich vaak leiden door een onderbuik gevoel. De reputatie van de studentenstad en de sfeer op de universiteit bij een open dag spelen volgens aanstaande studenten een belangrijke rol, zo blijkt uit onderzoek van ResearchNed. Ook in dit onderzoek worden ranglijsten niet als bepalende factor voor universiteitskeuze genoemd door aanstaande studenten. Het onderzoek van Bijcollege staaft dit met de daadwerkelijke instroom in de opleidingen.

Door de huidige kabinetsplannen wordt kwaliteit wellicht een belangrijkere factor bij de keuze voor een studie en een universiteit. Studeren wordt duurder met het sociale leenstelsel en het afschaffen van de studenten ov-kaart. De juiste studiekeuze maken en een universiteit kiezen waarbij de kwaliteit en het rendement hoog is, wordt daardoor belangrijker. Wellicht zal de beoordeling van een universiteit dan zwaarder gaan wegen in de keuze van scholieren.