Uit het dinsdag 3 december gepubliceerde PISA-rapport blijkt dat Nederlandse 15 jarige leerlingen het goed doen in internationale vergelijkingen. Op het vak wiskunde scoren binnen Europa alleen de 15-jarigen in Zwitserland en Liechtenstein beter dan hun leeftijdgenoten in Nederland.

Belangrijker dan de absolute positie is de trend in Nederland zelf. Nederland blijft internationaal gezien goed presteren op het gebied van wiskunde (523 versus OESO-gemiddelde van 494). Toch is de gemiddelde wiskundevaardigheid van 15-jarigen in Nederland vanaf 2003 gedaald. De afnemende prestaties van Nederlandse leerlingen voor wiskunde worden met name veroorzaakt door de afnemende prestaties van meisjes. De gemiddelde wiskundescore van Nederlandse meisjes is van 2003 tot 2009 significant gedaald. Deze trend heeft zich tussen 2009 en 2012 niet voortgezet. Wat opvalt is dat in Nederland de extrinsieke motivatie van leerlingen voor wiskunde lager is dan in andere landen. Om het belang van deze vakken extra onder de aandacht te brengen, hebben bedrijfsleven, overheid en onderwijs in mei van dit jaar het Techniek Pact ondertekend. De PO-Raad is een van de ondertekenaars.
PISA

Iedere drie jaar worden in het PISA-onderzoek de prestaties op het gebied van leesvaardigheid, natuurwetenschappen en wiskunde onder de loep genomen. Iedere keer krijgt één vakgebied extra aandacht, deze keer was dat wiskunde. Het Nederlandse onderwijs onderkent het belang van de basisvakken wiskunde en taal en hier wordt de laatste jaren steeds meer aandacht aan besteed onder meer als gevolg van de introductie van de referentieniveaus taal en rekenen. Tegelijkertijd besteden wij in Nederland meer dan in andere landen aandacht aan andere vaardigheden. In dat licht bezien zet het onderwijs dus helemaal een prima prestatie neer.
Kleine verschillen

Wat verder opvalt is dat de verschillen tussen de hoogst en laagst scorende leerlingen in Nederland niet heel groot zijn. Nederland heeft zowel voor wiskunde als voor leesvaardigheid meer hoog scorende leerlingen en minder extreem zwakke leerlingen. Gezien de hoge gemiddelde score van Nederland op deze domeinen is het aantal daadwerkelijk excellerende leerlingen gering in vergelijking met andere hoog scorende landen. Uit andere internationale onderzoeken (Timms en Pirls) komt naar voren dat dit ook onder leerlingen in groep 6 het geval is. Overigens is het natuurlijk een verdienste dat Nederland nauwelijks extreem zwakke leerlingen telt. Verder valt op dat het percentage 15-jarige leerlingen dat het hoogste vaardigheidsniveau haalt voor lezen en natuurwetenschappen in vergelijking met 2009 gelijk is gebleven. Voor wiskunde is de dalende trend in het percentage excellente wiskundeleerlingen gestopt. Ook op dat gebied is dus een positieve ontwikkeling zichtbaar.

Scoren in een vergelijkingslijst mag geen doel op zichzelf zijn. Belangrijker is het om te kijken naar de absolute kwaliteit van ons onderwijs. Doel moet zijn het hoge niveau ten minste vast te houden en waar mogelijk nog verder te verbeteren.