Het aantal leerlingen dat in het voortgezet onderwijs van een hoger naar een lager niveau afstroomt, is in de periode 2007- 2011 toegenomen. Met name geldt dat voor het vwo en vmbo-kader. Verder valt er een gestage daling van de opstroom waar te nemen van vmbo-t (mavo) naar havo.

Dit blijkt uit de Examenmonitor 2013 die door staatssecretaris Dekker naar de Tweede Kamer is gestuurd. De belangrijkste boodschap in deze monitor is dat het aantal geslaagden bij de eindexamens in 2013 is gestegen, ondanks een aanscherping van de exameneisen. Ook stegen de gemiddelde cijfers. Het jaar daarvoor, toen de eerste fase van de verzwaring werd doorgevoerd, was er ook al een opwaartse beweging zichtbaar in de examenresultaten. Volgens staatssecretaris Dekker logenstraffen de resultaten de sombere verwachting dat als gevolg van de maatregelen de resultaten (in punten en in aantallen geslaagden) zouden dalen. De bewindsman concludeert dat het ‘hoger leggen van de lat’ effect sorteert.

Maar in de monitor worden ook enkele minder postieve tendensen gesignaleerd, zij het dat die betrekking hebben op de jaren voorafgaand aan de zwaardere examens. In alle onderwijsvormen is de afstroom toegenomen. Van vwo naar havo van 5.7% naar 8.5%, van havo naar vmbo van 2.2% naar 3.1%, van vmbo-gt naar vmbo-k 2.8% naar 4.0% en vmbo-k naar vmbo-basis van 7.1% naar 9.4%.
De opstroom vertoont een gemengd beeld. De opstroom van havo naar vwo was en is 4%, van vmbo-gt naar havo was 17.7% en daalde naar 13.6%, vmbo-kader naar vmbo-gt van 0.2% naar 0.4% en van vmbo-basis naar vmbo-k van 0.3% naar 1.8%

Verhouding vmbo - havo/vwo
In de Examenmonitor wordt ook de trend bevestigd die al door Onderwijs Brabant is gesignaleerd, namelijk dat de verhouding vwo/havo – vmbo stabiliseert. Jarenlang daalde het aantal leerlingen in het vmbo ten gunste van havo/vwo. Daar lijkt nu een einde aan gekomen. De leegloop van vmbo-basis/kader ten gunste van vmbo–gt lijkt ook tot stilstand gekomen.
In 2007 was de verhouding vmbo 55.3% – havo/vwo 44.7% en de jaren daarna stabiliseert die verhouding vmbo 53.3% - havo/vwo 46.7% (peilmoment leerjaar 3).