Elk jaar moet er een school dicht in Ooststellingwerf, luidde de sombere voorspelling van wethouder Enbert van Esch van Ooststellingwerf deze week, op een avond voor ouders van basisschoolkinderen en andere inwoners van vijf dorpen in de gemeente. De afgelopen zes jaar daalde het aantal basisschoolleerlingen er met 14 procent. In Gaasterlân-Sleat keldert de aanwas nog sneller en ook andere gemeenten in Fryslân kunnen de borst natmaken. Landelijk zal het aantal leerlingen in het primair onderwijs de komende acht jaar met zo’n honderdduizend kinderen zakken.
Dat zijn voorspellingen waarover gemeenten en schoolbesturen zich begrijpelijkerwijs zorgen maken. Hoe kleiner de schoolbevolking wordt, hoe meer de inkomsten zakken, want die zijn gebaseerd op het aantal leerlingen. Maar de exploitatiekosten zakken niet of nauwelijks mee. Het tovermiddel van de laatste decennia - hou dorpen leefbaar door scholen met andere voorzieningen onder één dak te brengen: dat is aantrekkelijker en goedkoper - werkt lang niet altijd. Dat blijkt uit een landelijk onderzoek daarnaar dat binnenkort verschijnt, en wethouder Van Esch ziet met eigen ogen dat hij die conclusie alleen maar kan beamen. De drie gloednieuwe multifunctionele accommodaties in zijn gemeente kampen nu al met gedeeltelijke leegstand.
Behalve financiële problemen is krimp voor scholen ook op ander terrein een risico: de kwaliteit van onderwijs kan erdoor in de knel komen. Leerkrachten krijgen meer jaargangen in één lokaal en vaak grotere groepen, wat een zwaarder beroep doet op hun vaardigheden, flexibiliteit en stressbestendigheid. Leerlingen krijgen vaker les krijgen van verschillende leerkrachten die elkaar afwisselen. De onderwijsinspectie heeft net een onderzoek afgerond naar de gevolgen van krimp voor scholen en ziet bij de scholen die sterk in omvang afnamen - gemiddeld 40 procent - vooralsnog geen teruglopende schoolprestaties.
Maar het personeel op die scholen staat wel onder grote druk. Want ze kunnen niet zo veel doen om de ontwikkeling te keren. Promotiecampagnes zijn geen structurele oplossing, dat begrijpen de meeste scholen intussen. Krimp is een onomkeerbaar fenomeen, en de enige zinnige reactie is meebuigen. Maar hoe? Besparen, reserves opsouperen, lokalen verhuren aan derden, samenwerking met andere scholen door personeel, invallers en directeuren te spreiden over meerdere scholen - het wordt allemaal gepraktiseerd.
Het zijn voornamelijk kwantitatieve oplossingen. Aandacht voor de kwaliteit van onderwijs delft nogal eens het onderspit, waarschuwt de inspectie. Die zou juist voorop moeten staan. Het is daarom te hopen dat scholen zich niet al te zeer verliezen in het slepen met personeel om koste wat het kost elk bestaand schoolgebouw open te houden. Het veelgehoorde argument dat scholen zo belangrijk zijn voor de leefbaarheid van het dorp gaat namelijk meestal niet altijd op. De provincie Zeeland heeft net een onderzoek gepubliceerd naar die vraag. Het blijkt dat geen van de dorpen waar de basisschool is gesloten een spookdorp is geworden: de bevolkingsontwikkeling veranderde niet en de inwoners vinden het er onverminderd heerlijk wonen. De vraag moet dus niet luiden: hoe houden we de school zolang mogelijk open, maar: hoe geven we de leerlingen het beste les.

Bron: Friesch Dagblad