Onlangs deed Dialogic in opdracht van Mediawijzer.net een onderzoek naar het mediagebruik en -gedrag van vmbo-jongeren in 2012. Eén van de - voor mij niet verbazingwekkende - uitkomsten was dat 80% van de vmbo-jongeren niet structureel de betrouwbaarheid van gebruikte bronnen checkt. Dit werd onderzocht door leerlingen stellingen voor te leggen als:


Als ik informatie vind op internet voor een schoolopdracht, controleer ik die informatie via andere websites/bronnen.
Ik controleer waar de informatie vandaan komt (de bron).
Ik klik op een link zonder de omschrijving bij het zoekresultaat te lezen.

Uit: Achter de schermen:

Mediagebruik en -gedrag vmbo-jongeren 2012. Dialogic, 2012.

Ik was aangenaam verrast toen ik las dat maar liefst 71% van de ondervraagde leerlingen wel eens gevonden informatie heeft gecontroleerd via andere websites of bronnen en dat zelfs 76% wel eens de bron heeft gecontroleerd. Waarom ik dat hoge percentages vind?

Omdat:


  1. informatie die vmbo-leerlingen zoeken op op het web vaak betrouwbaar wordt weergegeven omdat het gaat om feitenkennis,

  2. in de meeste zoekmachines betrouwbare bronnen op het gebied van feitenkennis vaak hoog scoren, o.a. omdat er vaak naar gelinkt wordt,

  3. omdat de 'straf' die staat op het citeren uit onbetrouwbare bronnen vaak beperkt is, terwijl de tijdwinst die het oplevert door informatie en bronnen niet te controleren vaak groot is.


Bewust of onbewust

Als ik mijn eigen zoekgedrag aan onderzoek onderwerp, dan kan ik alleen maar zeggen dat ik ook lang niet altijd bewust informatie en bronnen controleer. Soms biedt de gevonden informatie me voldoende houvast (bijv. omdat ik me alleen maar wil oriënteren op een bepaald onderwerp) en soms vind ik het niet heel belangrijk is of de gevonden informatie correct is of komt het antwoord overeen met wat ik verwachtte (bijv. als ik wil controleren of iemand in een bepaalde eeuw heeft geleefd). Allemaal redenen om niet actief en bewust bronnen of informatie te controleren.

Maar onbewust doe ik natuurlijk wel het een en ander, ook in bovenstaande situaties:


  • ik ken veel bronnen en weet welke daarvan (redelijk) betrouwbaar zijn,

  • ik doe een 'educated guess' van wie de website die ik bezoek afkomstig is,

  • ik zoek vaak op meer sites en zoek verder als ik merk dat die elkaar tegenspreken,

  • ik ga na of het antwoord aansluit bij de kennis die ik heb over dat onderwerp.


Ik vermoed dat leerlingen soms ook dit soort controles uitvoeren maar zich er niet van bewust zijn dat ze dat doen. Het zou me daarom niet verbazen als de percentages die ik hierboven noem in feite nog hoger liggen.

Beter zoeken

De belangrijkste uitkomst van het onderzoek van Dialogic vind ik zeker niet het feit dat zo'n groot deel van de vmbo-jongeren niet structureel de betrouwbaarheid van gebruikte bronnen checkt. Vele malen interessanter vind ik de uitkomst dat intensieve internetgebruikers significant zorgvuldiger zoeken: een ander aspect van informatievaardigheden. In het onderzoek staat hierover: "Intensieve internetgebruikers hebben waarschijnlijk gaandeweg veel bijgeleerd over het gebruik van internet. Ze hebben meer goede en meer slechte bronnen gevonden, wat hun beter in staat stelt te reflecteren op hun zoekgedrag.".

Dat lijkt me een goede basis voor wie jongeren wil helpen om de mogelijkheden van internet beter te benutten: laat ze veel gebruik maken van internet. Het effect daarvan is tweeledig: niet alleen ervaren leerlingen op die manier wat voor hen bruikbare bronnen zijn en wat niet en kunnen ze reflecteren op hun zoekgedrag, ook stelt het ze in staat om op zoek te gaan naar betere bronnen als de eerste bronnen niet voldoen aan hun eisen. Dat maakt de inspanning om op zoek naar goede bronnen te gaan kleiner. Om leerlingen de stap die daartussen ligt - het beoordelen van de bronnen - te laten zetten, moeten ze gemotiveerd en geholpen worden. Motivatie door de keuze voor een goede bron van belang te laten zijn voor hun studie; hulp door hun reflectie op zoekvaardigheden uit te breiden naar beoordelingsvaardigheden en zich zo bewust te worden van door hen waarschijnlijk al onbewust (maar ook nog onvoldoende) toegepaste beoordelingstechnieken.