Door: Martijn van den Berg
Bij de hotelschool waar ik studeer, zijn er bij mijn opleiding ongeveer 2400 mensen. Als je dit verdeelt over 4 jaar, 4 modules per jaar, en 12 mensen in een klas, kan je tot de conclusie komen dat er in ieder moduul ongeveer 12 groepen zijn. Deze mensen volgen in een moduul allemaal hetzelfde vak. Aangezien de meeste docenten het niet leuk vinden om dezelfde workshop 12 keer in een week wordt gegeven, wordt elk vak door verschillende docenten gegeven. Iedere docent heeft een eigen manier van iets vertellen. Uiteindelijk betekent dit dat iedereen de stof net iets anders leert.

Maar deze verschillen kunnen erg groot zijn. Niet alleen in het vertellen van het verhaal kunnen veel verschillen zitten, maar ook in hoe een leraar voor de klas staat. Als een leraar iets enthousiast kan vertellen, zullen studenten ook sneller enthousiast zijn. Zo had ik op de middelbare school een leraar die in zijn vrije tijd DJ was, en bij iedere les alles relateerde naar de disco. Dit maakte de lessen er interessant.

Daarnaast is originaliteit ook heel erg belangrijk. Er zijn veel docenten die materiaal van andere leraren gebruiken. Op deze manier weet je zeker dat je dezelfde stof behandelt, maar aan de andere kant kan je meestal niet het verhaal erbij vertellen wat de docent bedoeld had

In het kader van "practice what you preach" vind ik het als leerling belangrijk dat docenten nadenken over hoe ze een boodschap overbrengen. De manier waarop je dingen zegt, en de inhoud van wat je zegt, heeft onbewust al heel veel invloed op hoeveel geleerd wordt. Zo zijn de kleine dingen in een les vaak al heel erg belangrijk, al is het maar onbewust.