Het plan van D66-Tweede Kamerlid Boris van der Ham om een meestertitel voor excellente mbo-studenten mogelijk te maken is dinsdag in de Tweede Kamer met algemene stemmen aangenomen.

Van der Ham: "Ik wil dat vakmanschap weer gewaardeerd wordt. Ambachtsmensen die er echt uitspringen moeten daarvoor erkenning krijgen, ze zijn een mooi voorbeeld voor jongeren die de techniek of het ambacht in willen." De brancheorganisaties zijn voorstander van het D66-plan.

Van der Ham vindt het onterecht dat het mbo-diploma voor ambachtelijke vakmensen de hoogst haalbare erkenning is.

"Vroeger had je meestertitels voor mensen die een groot talent hadden voor een bepaald soort handwerk, een houtbewerker of kok bijvoorbeeld. Om de een of andere reden is dat verwaarloosd. Met een meestertitel laat je zien dat vakmanschap weer gewaardeerd wordt. Je kan het vergelijken met de cum laude-prestaties in het universitair onderwijs, maar dan gaat het om excellentie in een ambacht."

Van der Ham denkt dat een grotere waardering voor arbeid dat met de handen wordt verricht positief zal werken op jongens bij het kiezen voor een ambachtsvak. Er blijkt een steeds groter tekort te zijn aan dit soort vaklieden.

Uit onderzoek van koepelorganisatie Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA) onder 32 ambachtelijke branches bleek een meerderheid voorstander te zijn van invoering van de meestertitel.

Van der Ham: "Kenmerken en niveau van de meestertitel zullen verschillen per branche, laat hen de eisen zelf bepalen: die aan een topkok zullen wezenlijk anders zijn dan die aan een bierbrouwer worden gesteld. Ik wil dat minister Van Bijsterveldt aan deze eisen een officile erkenning geeft, zodat het meesterschap waardevast blijft. Ik neem aan dat ook zij het belang van stimuleren van talent ziet en dat ze er samen met de brancheorganisaties uit kan komen."

Ook kunnen de ambachtslieden in het plan van Van der Ham later na bewezen diensten de meestertitel krijgen.

Nationale Onderwijsgids