In de Tweede Kamer tekent zich vooralsnog geen stevige meerderheid af voor de Wet vrij en veilig onderwijs. De bezwaren die nu op tafel liggen, sluiten aan bij eerdere waarschuwingen uit het onderwijsveld en bij het scherpe advies van de Raad van State. Iedereen wil veilige scholen, maar de vraag blijft of deze wet daar in de praktijk ook echt bij helpt.
In het debat klonk forse kritiek op de nadruk die het voorstel legt op registreren, melden en controleren. Volgens meerdere Kamerleden en onderwijsorganisaties schiet de wet juist tekort waar het ertoe doet, bij het voorkómen van incidenten. Een school wordt immers niet vanzelf veiliger van extra formulieren, hoe goed bedoeld die ook zijn.
Marjolein Moorman (PRO) stelde vast dat de fundamentele bezwaren in de Kamer zo groot zijn, dat een meerderheid voorlopig niet in zicht lijkt. Diederik Boomsma van JA21 wees daarnaast op de starre meldplicht, die volgens hem eerder tot verkramping kan leiden dan tot openheid. Dat punt klinkt ook buiten de Kamer door. Wie op school werkt, weet dat veiligheid niet alleen in protocollen zit.
Uitvoerbaarheid
Verder was er kritiek op de uitvoerbaarheid. De aanname in het wetsvoorstel dat het registreren van een veiligheidsincident gemiddeld vijf minuten kost, werd in de Kamer met de nodige scepsis ontvangen. Terecht, zo lijkt het. In de schoolpraktijk zijn incidenten zelden hapklare brokken. Er moet worden afgestemd, vastgelegd, nagegaan wie wat weet, en voor je het weet is een kwartier al verdampt, of meer.
De kritische toon in de Kamer staat niet op zichzelf. Eerder lieten de PO Raad, de VO raad en de Sectorraad GO in een gezamenlijke brief weten ernstige zorgen te hebben over de haalbaarheid, proportionaliteit en effectiviteit van het voorstel. Extra verplichtingen zijn geen vervanging voor echte ondersteuning. Zeker bij ernstige veiligheidsincidenten hebben scholen behoefte aan deskundige hulp en duidelijke handelingsruimte, niet aan nóg een administratieve laag erbovenop.
De raden uitten bovendien zorgen over privacyrisico’s, juridisch ingewikkelde verantwoordelijkheden en overlap met bestaande regelgeving. Ook daar zit een principiële kwestie onder. Als wetgeving vooral meer toezicht en verantwoording organiseert, kan dat het open gesprek binnen scholen juist afremmen. En laat nu precies dat open gesprek essentieel zijn voor een veilige schoolcultuur.
Raad van State
Ook de Raad van State was ongewoon duidelijk. De raad adviseerde om het wetsvoorstel in de huidige vorm niet in te dienen. Volgens de raad is onvoldoende gemotiveerd hoe de maatregelen daadwerkelijk gaan bijdragen aan een veilige schoolcultuur.
Annet Dries, vicevoorzitter van de PO Raad, pleit daarom voor een pas op de plaats. Zij benadrukt dat een wet voor veilig onderwijs vooral sterk moet zijn in preventie. Meer registreren maakt scholen niet automatisch veiliger, incidenten voorkómen doet dat wel. Dries gaf daarnaast aan graag samen met staatssecretaris Judith Tielen te willen werken aan een voorstel dat in de praktijk beter landt. De verplichte veiligheidscoördinator noemt zij bijvoorbeeld een zinvolle stap, mits daar passende financiering tegenover staat.
Het debat krijgt op 10 juni een vervolg. Dan reageert de staatssecretaris op de vragen uit de Tweede Kamer.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst