De Hoge Raad heeft op 21 april 2026 een streep gezet door de praktijk waarbij ouders hun kinderen op grond van religieuze bezwaren thuishielden om ze zelf les te geven. De Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) is blij met deze deze uitspraak. De organisatie, die zich al sinds 1866 inzet voor openbaar toegankelijk onderwijs voor álle kinderen pleit namelijk al jaren voor afschaffing van deze zogenaamde vrijstellingsgrond. Openbaar onderwijs staat immers open voor kinderen van álle ouders.
Wat heeft de Hoge Raad beslist?
Artikel 5b van de Leerplichtwet 1969 biedt ouders de mogelijkheid om vrijstelling van de leerplicht voor hun kinderen aan te vragen als zij 'overwegende bedenkingen' hebben tegen de richting van het onderwijs dat wordt gegeven op de scholen in hun buurt. Deze bepaling in de wet wordt vaak aangegrepen door ouders die hun kinderen thuisonderwijs willen geven – op dit moment gaat het om 2100 kinderen. Deze ouders stellen dan dat er geen school in de buurt te vinden is die overeenstemt met hun geloofsovertuiging of levensopvatting.
De Hoge Raad gaat niet meer mee in dit verhaal. Een beroep op deze vrijstelling kan alleen nog slagen als ouders aantonen dat het onderwijs op alle openbare scholen in de omgeving niet op een ‘objectieve, kritische en pluralistische manier’ wordt gegeven. Dat zal moeilijk te bewijzen zijn. Een beroep op de vrijstelling zal daarom 'nog slechts onder uitzonderlijke omstandigheden' kunnen slagen, aldus de Hoge Raad.
De uitspraak vloeit voort uit een zaak waarbij ouders op grond van hun geloofsovertuiging Tasawwuf, vrijstelling vroegen voor hun dochter. Het gerechtshof Amsterdam wees het beroep af; de Hoge Raad bevestigde dat oordeel en stelt daarmee duidelijker dan ooit de grenzen van de vrijstellingsgrond vast.
VOO: openbare scholen zijn er voor alle kinderen
De VOO heeft jarenlang gepleit voor afschaffing van artikel 5b, omdat openbare scholen openstaan voor kinderen van ouders van alle levensbeschouwingen. Zij is dan ook verheugd dat de Hoge Raad expliciet heeft bepaald dat de overheid actief moet handhaven als een kind dreigt verstoken te raken van onderwijs. Zij ziet dat als een duidelijke opdracht aan gemeenten en het Openbaar Ministerie.
Marco Frijlink, voorzitter van de Vereniging Openbaar Onderwijs: 'De Hoge Raad heeft vastgesteld wat wij al lang betoogden: het recht van het kind op onderwijs op school weegt zwaarder dan het recht van ouders om onderwijs op school te weigeren. Elk kind verdient een plek in de klas, samen met andere kinderen. Een beroep doen op vrijstelling op grond van richtingbezwaren is in vrijwel geen enkel geval meer te rechtvaardigen. Wij roepen gemeenten op om met ouders in gesprek te gaan over de uitspraak en ze te laten zien dat het openbaar onderwijs er ook voor deze ouders en kinderen is.'
Volgende stap: wetgever aan zet
De Hoge Raad heeft de bestaande wet uitgelegd, niet afgeschaft. Artikel 5b staat formeel nog in de Leerplichtwet. De VOO roept de staatssecretaris van onderwijs dan ook op initiatief te nemen om deze bepaling nu ook definitief te schrappen. De uitspraak biedt daarvoor een uitgelezen moment.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst