Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat de uitzonderingspositie voor invallers in het primair onderwijs verdwijnt. Als de voorgestelde wetswijziging overeind blijft, moeten schoolbesturen invallers na drie tijdelijke inzetten een vast contract aanbieden. Volgens de PO Raad klinkt dat op papier misschien logisch, maar in de schoolpraktijk kan het juist averechts uitpakken.
Kamer steunt aanscherping van regels
Het gaat om een aanpassing van GroenLinks PvdA en D66, bedoeld om de regels in het primair onderwijs meer gelijk te trekken met die in andere sectoren. Nu geldt voor scholen nog een uitzondering, waardoor vervangers bij ziekte flexibeler met tijdelijke contracten kunnen worden ingezet. De gedachte achter het voorstel is dat dit meer baanzekerheid voor invallers gaat bieden. Maar scholen hebben lang niet altijd de financiële of organisatorische ruimte om die invallers vervolgens structureel in dienst te nemen.
Voorzitter Freddy Weima van de PO Raad waarschuwt dat schoolorganisaties hierdoor in de knel kunnen komen. Volgens hem is het probleem niet dat scholen geen vaste contracten zouden wíllen geven, integendeel zelfs, maar dat het simpelweg niet altijd bekostigd kan worden. Wie scholen verplicht mensen aan te nemen zonder dat daar voldoende middelen tegenover staan, vraagt om problemen. In de praktijk, zo is de vrees, kan dat betekenen dat lessen uitvallen en leerlingen vaker naar huis moeten.
Meer ruimte voor detacheringsbureaus
Weima wijst daarnaast op een opvallend neveneffect. Als scholen minder speelruimte krijgen om zelf tijdelijke invallers in te zetten, zouden zij sneller afhankelijk kunnen worden van commerciële detacheringsbureaus. Juist in Den Haag klinkt geregeld kritiek op partijen die profiteren van personeelsschaarste in het onderwijs. Volgens de PO Raad zou deze maatregel zulke bureaus eerder in de kaart spelen dan afremmen.
Het voorstel werd aangenomen met 77 stemmen voor en 73 tegen. Onder meer PVV en BBB stemden mee met de indieners. Opvallend genoeg stemden CDA en VVD tegen, ondanks een positief oordeel van het kabinet. De route waarlangs de wetsaanpassing tot stand kwam, via Sociale Zaken en Werkgelegenheid en niet via OCW, roept bij de PO Raad bovendien vragen op over de inschatting van de gevolgen voor de onderwijspraktijk.Oproep tot overleg
De PO Raad hoopt dat er alsnog ruimte komt om de maatregel te heroverwegen of bij te sturen. Volgens de sectororganisatie bestaat de uitzonderingspositie in het primair onderwijs niet voor niets. Scholen hebben te maken met dagelijkse roosterdruk, lerarentekorten en de verplichting om onderwijs door te laten gaan, ook als de bezetting wankelt. Daar past, zo is de boodschap, maatwerk bij en geen regel die op papier netjes oogt, maar in de klaslokalen nét verkeerd kan uitpakken.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst