Juist in de weken dat eindexamenleerlingen op hun scherpst moeten zijn, schieten de pollenconcentraties in Nederland omhoog. Een recente Finse studie laat nu zien dat die timing meetbaar samenhangt met lagere eindexamencijfers, vooral bij de exacte vakken.
Hooikoorts raakt het denkwerk
Niesaanvallen, jeukende ogen, een dichte neus, dat hoort allemaal bij hooikoorts, maar onder de motorkap gebeurt meer. Leerlingen rapporteren vaker een verstoorde nachtrust, vermoeidheid overdag en merkbare problemen met concentratie en stemming. Wie ooit geprobeerd heeft een ingewikkelde differentiaalvergelijking op te lossen na een nacht half slapen, zal dit herkennen.
Onderzoekers van de Universiteit van Oulu (Finland) koppelden in de regio Helsinki en Turku eindexamencijfers van ruim 90 duizend leerlingen aan dagelijkse pollenmetingen in de periode 2006 tot 2020. Ze keken specifiek naar pollen van els en hazelaar, de enige bomen die precies in de examenperiode in Finland stuifmeel loslaten. Met een vaste effect regressie, waarbij onder meer temperatuur, regen en luchtvervuiling zoals fijnstof, ozon en stikstofdioxide werden meegewogen, filterden ze zo goed mogelijk de vaste verschillen tussen leerlingen en examenrondes weg.
Op dagen met pollen, zelfs bij lage concentraties van slechts enkele korrels per kubieke meter lucht, lagen de scores gemiddeld lager dan op dagen zonder meetbare pollen. Elke stijging van tien elzenpollen ging samen met een kleine maar statistisch overtuigende daling van het cijfer, voor hazelaar was dat effect per tien pollen nog wat sterker. Bij hogere concentraties kan het verschil oplopen tot enkele hele punten.
Vooral exacte vakken
De klap lijkt vooral te vallen bij vakken waarin wiskundige redenering centraal staat, wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Dat past bij wat we uit de cognitieve psychologie kennen. Taken die een hoge mate van werkgeheugen, precisie en volgehouden aandacht vragen, blijken erg gevoelig voor subtiele verstoringen zoals slecht slapen, hoofdpijn of jeukende ogen. Interessant detail, bij elzenpollen werd het verband tussen concentratie en lagere cijfers bij deze vakken gevonden bij zowel jongens als meisjes, bij hazelaar dook het vooral op in de cijfers van jongens.
Strikt genomen gaat het om observationeel onderzoek. De onderzoekers kunnen verbanden laten zien, maar niet definitief aantonen dat pollen de oorzaak zijn van elk lager cijfer. Bovendien is niet bekend welke individuele leerlingen daadwerkelijk gediagnosticeerde hooikoorts hadden. Toch is het, gezien dat naar schatting een op de vijf Finse scholieren last heeft van allergische rhinitis en de effecten juist optreden op dagen met veel pollen, verre van een vergezochte verklaring.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst