Duurzaamheid op school hoeft geen groot project met dikke plannen en extra vergaderingen te zijn. Sterker nog: juist de kleine, zichtbare stappen maken het verschil. Leerlingen pikken het snel op als iets logisch, eerlijk en haalbaar is. En als jij het als docent, conciërge, leerlingbegeleider of schoolleider slim aanpakt, wordt duurzaamheid geen “extra taak”, maar gewoon onderdeel van hoe jullie de school runnen.
Hieronder vind je zeven praktische tips die werken in de klas, op de gangen én achter de schermen. Met voorbeelden die je zo kunt overnemen.
1. Maak afval scheiden simpel (en niet moralistisch)
Afval scheiden lukt pas echt als het makkelijker is dan alles in één bak gooien. Dus: minder tekst, meer duidelijkheid.
Zo pak je het aan:
• Zet afvalpunten op logische plekken: bij de kantine, kopieerruimtes, in de aula en bij de docentenkamer.
• Gebruik kleuren en pictogrammen (geen lange uitleg).
• Kies één vaste indeling voor het hele gebouw. Steeds wisselende regels per verdieping zorgen voor verwarring.
Tip uit de praktijk: laat een groep leerlingen een korte “check” doen. Waar gaat het mis? Vaak blijkt dat bakken te ver uit elkaar staan of dat het onduidelijk is wat waar hoort.
2. Regel je afvalstromen slim met goede inzameling
Duurzaamheid wordt een stuk concreter als de logistiek klopt. Zeker bij scholen: veel papier, verpakkingen, etensresten en restafval. Als je inzameling praktisch geregeld is, blijft het systeem draaien zonder dat iemand er steeds achteraan hoeft.
Overweeg bijvoorbeeld een rolcontainer via Bedrijfsafval.nl voor vaste afvalstromen. Dat scheelt rondslingerende zakken, volle prullenbakken in lokalen en onnodige ritjes met afval door het gebouw. Voor afval dat niet goed te scheiden is, kan een restafval container een logische aanvulling zijn, zodat je reststroom overzichtelijk blijft en niet stiekem alles daarin verdwijnt.
3. Begin bij papier: minder printen, slimmer kopiëren
Papier is nog altijd een van de grootste “verborgen” kostenposten op scholen. En het is meteen een mooie quick win, omdat iedereen het dagelijks gebruikt.
Praktische afspraken die echt werken:
• Zet printers standaard op dubbelzijdig en zwart-wit.
• Maak één of twee “printvrije momenten” per week (bijvoorbeeld: geen printen voor interne documenten).
• Stimuleer digitale hand-outs, maar houd rekening met leerlingen die thuis minder toegang hebben tot devices.
Wil je het leuk maken? Laat klassen bijhouden hoeveel papier ze in een maand besparen, en hang het resultaat zichtbaar op. Niet als wedstrijd met schuldgevoel, maar als gezamenlijke score waar je trots op mag zijn.
4. Pak energieverbruik aan met routines, niet met posters
“Doe het licht uit” op een poster werkt zelden. Routine werkt wél. Denk aan:
• Een vaste sluitronde: laatste docent of conciërge checkt lichten, beamers, digiborden en ramen.
• Tijdschakelaars in computerlokalen en op opladersets.
• Een korte “energiewacht”-taak voor een leerling per lesuur: aan het begin checkt die of er lampen branden die niet nodig zijn.
Extra tip: meet één week lang het verbruik (als dat kan) en kies daarna één ding om te verbeteren. Kleine aanpassingen geven vaak verrassend effect.
5. Maak duurzaamheid zichtbaar in de lesstof (zonder extra druk)
Duurzaamheid hoeft geen apart vak te worden. Het kan heel goed in wat je al doet. Het geheim zit in de koppeling met echte voorbeelden.
Voorbeelden per vakgebied:
• Wiskunde: bereken de CO₂-voetafdruk van een schoolreis, of het effect van minder printen.
• Nederlands: laat leerlingen een betoog schrijven over een duurzame keuze in de schoolkantine.
• Biologie: onderzoek biodiversiteit rond het schoolplein.
• Economie: bespreek circulaire modellen en hergebruik.
Het helpt als je materiaal deelt in een gedeelde map: één opdracht per vak is al genoeg om het onderwerp levend te houden.
6. Eet en drink slimmer: kleine aanpassingen met groot bereik
De kantine en de pauzes zijn hét moment waarop gedrag zichtbaar wordt. En het mooie is: je kunt veel doen zonder het ingewikkeld te maken.
Snelle verbeteringen:
• Stimuleer herbruikbare drinkflessen door watertappunten aantrekkelijk te maken.
• Verminder single-use verpakkingen waar het kan.
• Zet één keer per week een “groene keuze” in de spotlight (bijvoorbeeld een vegetarische optie als standaard, met vlees als keuze).
Belangrijk: betrek de kantinebeheerder en luister naar leerlingen. Als iets niet lekker is of te duur voelt, verdwijnt het vanzelf van het bord. Duurzaam werkt pas als het ook praktisch en betaalbaar is.
7. Betrek leerlingen met echte verantwoordelijkheid (niet met een symbolische rol)
Een duurzaamheidscommissie is top, maar alleen als die iets te doen krijgt dat er echt toe doet. Leerlingen voelen feilloos aan of hun rol serieus is.
Ideeën die wél werken:
• Geef leerlingen budget voor één zichtbare verbetering (bijvoorbeeld extra afvalpunten of planten op het plein).
• Laat ze één keer per kwartaal presenteren aan de schoolleiding: wat gaat goed, wat kan beter?
• Zet een leerlingenteam in als “testpanel” voor nieuwe maatregelen, zodat je draagvlak bouwt vóór je iets doorvoert.
Als leerlingen mede-eigenaar worden, krijg je minder discussie en meer initiatief. En vaak komen zij met oplossingen waar volwassenen niet aan denken.
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst