Niet het volledige collegegeld voor een heel jaar overmaken, maar per studiepunt betalen. Dit zogeheten flexstuderen is als experiment sinds september 2017 mogelijk voor studenten aan twee hogescholen en twee universiteiten. De eerste ervaringen zijn bemoedigend. De ministerraad heeft daarom ingestemd met het voorstel van minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om het experiment open te stellen voor meer instellingen.

Flexstuderen stelt deelnemers in staat om hun eigen studietempo te bepalen. Dat is gunstig voor voltijdstudenten die naast hun studie ook ruimte willen vrijmaken voor andere activiteiten: bijvoorbeeld een baan, medezeggenschapsraden, studentenverenigingen, het opzetten van een eigen bedrijf of mantelzorg. Maar ook voor degenen die om gezondheidsredenen een ander studietempo aan willen houden. De keuzevrijheid en de ontplooiing van de student komen hierdoor meer centraal te staan.

Tot dusver deden de Universiteit van Amsterdam, Tilburg University, Hogeschool Windesheim en de Hogeschool Utrecht mee aan het experiment. Andere instellingen kunnen zich van 1 januari tot 1 maart 2019 aanmelden om deel te nemen aan de proef, zodat geïnteresseerden vanaf september 2019 ook bij hen kunnen flexstuderen.

Met de uitbreiding van dit experiment wordt tegemoetgekomen aan de vraag van studentenorganisaties. Een onderzoeksbureau evalueert de proef en komt in het voorjaar van 2019 met de eerste officiële tussenrapportage. Het doel van het experiment is om te onderzoeken of deze vorm van flexibilisering leidt tot betere toegankelijkheid van het hoger onderwijs, meer tevredenheid van de student, meer ontplooiingsmogelijkheden en minder uitval.

Het voorstel tot uitbreiding wordt naar de Tweede Kamer gestuurd en vervolgens voorgelegd aan de Raad van State.