Er moet meer aandacht komen voor de keuze van onderwijstaal in het hoger onderwijs. Om dit te regelen zal vanaf februari bij de reguliere kwaliteitstoetsing van opleidingen extra worden ingezoomd op de taalkeuze. Dit heeft minister Van Engelshoven vandaag aan de Tweede Kamer gemeld.

Deze beslissing vloeit voort uit haar visiebrief over internationalisering, die in juni met de Tweede Kamer is besproken. Het aanbieden van een opleiding in het Engels kan zeker meerwaarde hebben, maar de keuze om dat te doen, moet weloverwogen worden gemaakt.

Om daarvoor te zorgen, zal voortaan bij de reguliere kwaliteitstoetsing van opleidingen ook worden ingezoomd op de taalkeuze. Opleidingen wordt gevraagd om overtuigend te onderbouwen waarom wordt afgeweken van de Nederlandse taal. De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) zal vanaf februari bij de periodieke toetsing van opleidingen hiernaar gaan kijken. De minister heeft voor deze route gekozen, mede naar aanleiding van een aanbeveling van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW).

De NVAO gaat aan de opleidingen vragen om inhoudelijk te beargumenteren hoe de gekozen taal bijdraagt aan het realiseren van datgene waartoe studenten worden opgeleid. Ook wordt het taalniveau van docenten beoordeeld. Eens per zes jaar bekijkt de NVAO de kwaliteit van een opleiding. Dit wordt op basis van een panel van vakgenoten en studenten gedaan. Zij doen dit aan de hand van een aantal criteria, de taalkeuze wordt daar per februari aan toegevoegd.

Als de onderbouwing van de opleiding onvoldoende is, kan de NVAO deze de kans geven om op korte termijn de taalkeuze (bijvoorbeeld voor het Engels) beter te onderbouwen of de taalkeuze terug te draaien. In het uiterste geval kan de NVAO de accreditatie intrekken.